Maarten Ruys: voormalig topambtenaar
Functies: Secretaris-generaal ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, interim-voorzitter NZa (Nederlandse Zorgautorieit), interim-Inspecteur-Generaal NVWA
Periode: 2002-2021
Maarten Ruys begon zijn loopbaan in de publieke dienst bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Hij leerde er het vak van ambtenaar in de praktijk, vanuit beleid en uitvoering. Hij klom op tot secretaris-generaal bij SZW. Daarna deed hij interim-klussen bij onder andere de Nederlandse Zorgautoriteit en de Voedsel- en Warenautoriteit. Als SG draait veel om dienstbaarheid: “Om iemand te ondersteunen diens politieke idealen te verwezenlijken.” Dat geeft voldoening, maar kan ook wringen. In het uiterste geval moet de ambtenaar bij zichzelf te rade gaan: “Zorg dat je bij jezelf blijft en die afweging maakt.”
Je kunt het interview met Maarten Ruys op drie manieren volgen:
- Als artikel;
- Als video;
- Als podcast.
Hij werd geïnterviewd op 4 februari 2026 door Sandra van Thiel en Roel Bekker, zie de lijst van betrokkenen
Publicatiedatum 29 mei 2026
Lees hier het artikel
Lees het artikel over het interview.
Bekijk het interview

Welkom bij weer een interview van 'De
top kijkt om'. Vandaag spreken we metMaarten Ruys. Ik zal je zo meteen
nader introduceren. Ik zal eerstmezelf introduceren. Mijn naam is
Sandra van Thiel. Vandaag interviewenRoel Bekker en ik Maarten. Je hebt
een lange carrière in de publiekedienst achter de rug. Je bent
begonnen bij ministeries enopgeklommen tot de rang van
secretaris-generaal. Daarna heb jeeen tijdje gewerkt bij de gemeentes
Amsterdam en Groningen. Je hebtgedurende meer dan tien jaar interim
klussen gedaan, bijvoorbeeld bij deBelastingdienst, de Zorgautoriteit en
bij de Voedsel- en Warenautoriteit.Je hebt een aantal
onderzoekscommissies geleid,waaronder die over de politie, de
klokkenluiders en de evacuatie inKabul.
Dat is een lange lijst van
gevarieerde dingen waar we tijdenshet gesprek op terug komen. Als
openingsvraag. Heb je bewust gekozenvoor werken in de publieke dienst
en wat was daarvoor je motief?Ik denk dat het een bewuste keuze is
geweest om in het publieke domein tewerken. Ik heb geschiedenis
gestudeerd en toen ik afstudeerde in'81/'82 was het niet zo dat het
aantal banen voor het opscheppen lag.Ik was blij dat ik bij het ministerie
van Sociale Zaken aan de slag kon. Ikhad een achtergrond van lesgeven op
zowel de middelbare school als eensociale academie, die we nu kennen
als de Academie voor Mens en Arbeid.Daar kwam ik erachter dat ik weinig
wist van wat er nou echt speelt in desamenleving en dat ik daar
nieuwsgierig naar was. Dat spoordewel. Ik wilde dit wel vanuit het
publieke domein bekijken. Ik had hetidee dat ik liever naar het rijk
wilde dan naar een gemeente. SocialeZaken had mijn voorkeur, omdat ik
bij mijn scriptie en op die socialeacademie veel met arbeidsverhoudingen
en arbeidsomstandigheden te makenhad.
De keuze voor het publieke domein zat
daarin. Het had ook wel iets te makenmet de tijdgeest, dat het belangrijk
was om in het publieke domeinwerkzaam te zijn. Ik herinner me dat
toen ik begon bij Sociale Zaken inhet kabinet Van Agt/Den Uyl, ik
als jonge ambtenaar opkeek tegen debewindslieden van SZW. Den Uyl
werd minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid. Dat werd
toen toegevoegd, samen met destaatssecretarissen
Dales en d'Ancona.Als je nu terugkijkt. Het is een
lange periode om te overzien. Veelmeegemaakt. Veel dingen gedaan. Daar
gaan we nog vragen over stellen, maarwat was voor jou één van de meest
markante momenten uit die loopbaan?Misschien iets wat veel indruk op
je heeft gemaakt, iets wat je heeftgevormd, of waar je aan terugdenkt.
Ik heb daar op twee niveaus
antwoorden op. De moord op Fortuyn enTheo van Gogh was hier in Den Haag
toen heel dominant. Als je naar hetpersoonlijke kijkt, was ik toen
relatief jong en werkte ik bij éénvan de voorlopers van het UWV. Ik
mocht eindverantwoordelijk zijn inLimburg. Daar werd ik geconfronteerd
met een suïcide van één van mijnmedewerkers. Gevormd is een groot
woord, maar dat heeft mij, in diezin, de relativiteit van een heleboel
dingen laten zien. Dat heb ik daarvan nabij meegemaakt.
Hoe werkt dat dan bijvoorbeeld door?
Je zegt dat het je ook gevormd heeft.Twee dingen. Het relativeert en je
bent je daardoor nog meer bewust datmedewerkers, collega's, een ander
leven hebben dan die uren dat je zeziet op kantoor. Tegelijkertijd dat
het een enorme impact heeft in degroep en de afdelingen waar iemand
werkt, maar dat dan na 3 of 4 wekenhet leven weer gewoon doorgaat.
Ik denk dat dit lessen zijn die jemeeneemt naar andere situaties, die
vergelijkbaar of niet vergelijkbaarzijn.
Je hebt in veel leidinggevende
posities gezeten. Kun je zeggen dathet je leiderschap heeft
beïnvloed of gevormd?Ik denk dat je dan één ding te groot
maakt. Je leest over leiderschap. Jebent daarmee bezig. Je begint leiding
te geven aan een groepje en dat wordtsteeds groter. Laat ik het anders
formuleren. Ik vind dat leiderschapsoms te groot wordt gemaakt. Ik
heb ooit een studie gelezen overMcDonald's en de tevredenheid van
de medewerkers. Dat was dat een baasgoede roosters kon maken, je op
tijd naar huis kon en je niet teveelwisseldiensten had, omdat je nog een
ander leven ernaast hebt. Ik ben meer altijd bewust van geweest dat
leiderschap ook is, dat je zorgt datmensen hun leven kunnen leiden zoals
ze dat willen. Daar hoort werk bij.Dat heeft vaak een hele andere impact
op de mensen aan wie je leidinggeeft, dan op jezelf.
Zeker als je dicht bij de politiek
zit, dat je dan het idee hebt dat jedaar, overdreven, zeven dagen per
week permanent mee bezig bent.Terwijl het voor mensen gewoon werk
is. Ik vind het belangrijk om dat tebeseffen. Ik heb moeite om het
voortdurend over dat leiderschap tehebben. Zorgen dat mensen hun werk
goed kunnen doen en daar lol inhebben. Dat is al heel wat.
Ik vind het interessant wat je zegt
over die nabijheid van de politiek endat altijd maar aanwezig zijn of
aanstaan, zeggen we tegenwoordigvaak. Hoe heb jij dat dan gedaan? Je
hebt in behoorlijk wat ingewikkeldeposities gezeten. Is het
voor jou ook maar werk?Nee. Fijn dat je die vraag stelt. Hoe
je er zelf in staat, projecteer jevaak op je medewerkers. Zelf sta je
voortdurend aan, in jouw woorden,maar voor veel van je medewerkers
geldt dat niet. Voor hen is hetgewoon hun werk wat ze goed doen,
waar ze trots op zijn en tevreden meezijn, maar zij hebben allerlei andere
dingen die ze doen. Dat kun je nietzo goed combineren met dat altijd
aanstaan. Ik denk dat één van dedingen die ik redelijk vroeg begrepen
heb, is, dat je als leidinggevende,als baas, je goed moet realiseren
dat het voor jou een andere betekenisheeft dan voor een heleboel andere
mensen. Een andere betekenis in jeleven.
Mag ik even terug naar je start bij
Sociale Zaken en Werkgelegenheid?Twee vragen. Eén aan de ambtelijke
kant en één aan de politieke kant.Wie was toen de directeur-generaal en
wie was de secretaris-generaal? Watmerkte je daarvan als net
binnengekomen ambtenaar? Pratend overleiderschap, zat je toen in de rol
van medewerker. Hoe deden die mensendat? Het verhaal is vaak dat het
vroeger van die mannetjesputterswaren en tegenwoordig
procesbegeleiders. Daar kun je ietsover vertellen. Het tweede is
het kabinet Van Agt/Den Uyl. Eenbijzonder kabinet, met Den Uyl in
een ongewilde rol, waar hij altijdprobeerde er zoveel mogelijk van te
maken. Hij beschouwde zichzelf nietals vicepremier, maar als tweede
premier. De facto degene die de toonzette.
In dat departement kwam er na een
relatief rustige periode ineens eenenorm nieuwe politieke dynamiek.
Ook nog eens met Ien Dales en Hedyd'Ancona erbij, die daar flink in
meededen. Hoe werkte dat door naar deambtenaren? Vonden jullie dat je
anders moest gaan werken? SocialeZaken was altijd een buitenbeentje in
het Haagse. We moeten dat anders gaandoen. We moeten daar veel meer op af.
We moeten zorgen dat we de financiënplat krijgen. We moeten zorgen dat we
Economische Zaken meekrijgen. Wat wasdaar van te merken? Enerzijds dus
de ambtenaren, de DG en SG, enanderzijds de minister.
Die tweede vraag. Het was redelijk
hiërarchisch in die tijd. Ik denk datik de minister 2 of 3 keer gezien
heb. Dan is het al veel. Ik herinnerme dat ik thuis kon vertellen dat ik
bij de minister witte broodjes hadgegeten. Voor de rest heb ik weinig
van die turmoil meegekregen. Veelindringender was de relatie met de
plaatsvervangend DG, de heer Raven,die een instituut was, waar het ging
om arbeidsverhoudingen in het land.Daar heb ik een goede leerschool
gehad. Eerst kreeg ik formulieren enging het om hoe je die moest
invullen. Ik moest bij desecretaresse komen. Ze zei dat er een
paar parafen waren gezet, maar dat ernog een paar ontbraken. Ik zei dat ik
het toch gecontroleerd had, en dat ergeen typefouten instonden. Ik dacht
dat een paraaf daarvoor was. Je werdniet echt ingewerkt of iets
dergelijks. Je kreeg wel een goedeleerschool.
Een nota schrijven. Een nota
inleveren die verbeterd werd. Hetinwerken was erg op de inhoud
gericht. Al redelijk snel na de valvan dit kabinet kwam het duo Jan de
Koning en Louw de Graaf. Daar heb ikmeer contact mee gehad. Ik heb het
vak van ambtenaar in relatie tot depolitiek van Jan de Koning en met
name Louw de Graaf geleerd. Ik hebeen aantal jaren met Louw de Graaf
intensief aan een project gewerkt,het project Stelselherziening. Toen
ook al een stelselherziening. Daarheb ik veel van geleerd. Hoe je dat
doet. Waar een politicus behoefte aanheeft. Ook hoe de relatie tussen deze
staatssecretaris en deze ministerwas, tussen deze minister en de
minister-president. Meneer Lubbers.Dat is voor mij een
leerschool geweest.Ook in termen van inhoud. Hoe je
stukken schrijft. Wanneer ze welgelezen worden en wanneer niet. Hoe
ze gelezen worden. Dat heb ik daargeleerd. Dat begon bij meneer Raven.
Altijd plaatsvervangend DG geweest.
Altijd plaatsvervangend DG geweest.
Van der Leijen. Henk Brouwer, die uook goed kent, zat daar. Ik ben
toen vrij snel van ABA, algemenebeleidsaangelegenheden, overgestapt
naar DG Sociale Zekerheid. Daar hebik met vooral Louw de Graaf de
stelselherziening gedaan. Dat was metAnnelien Kappeyne van de Coppello met
de gelijkberechtiging van mannen envrouwen in de hele sociale
zekerheidsstructuur. Dat was één vande onderdelen van die
stelselherziening. Ik kreeg opeensenorm inzicht in het geheel. Een open
deur, dat weten we allemaal, maar ikheb daar geleerd hoe dingen van
toeval aan elkaar hangen. Deprojectleider stelselherziening werd
directeur. Mijn directeur viel uit enopeens was er niemand die
projectleider stelselherziening kondoen.
Laten we dat dan maar aan Maarten
vragen. Kennelijk heb ik dat goedgedaan, want dat mocht ik blijven
doen en daarna ben ik doorgestroomd.Je bent altijd geneigd je eigen
verdienste aan jezelf toe teschrijven. De mislukkingen komen
altijd door iemand anders. Ik hebdaar aan den lijve ondervonden wat
voor puur toeval en geluk ik gehadheb, dat ik dit opeens met Louw de
Graaf kon doen. Dat ik daar opeens inde Tweede Kamer zat. Toen mochten we
als ambtenaren wetsvoorstellen nognetjes toelichten. Met voorzitter van
de commissie, Theo Joekes, die daarde vragen stelde. Ik was 3 of 4 jaar
ambtenaar. Dat was weinig verdienstevan mezelf, maar door het
toeval dat ik dat kon doen.Toeval bestaat niet, hè?
Nee, toeval bestaat niet. Dat klopt.
Dat is waar, maar je moet een beetjegeluk hebben. Dat heb ik in ieder
geval daar gehad. Nogmaals, ik hebveel geleerd van Jan de
Koning en Louw de Graaf.Dat zijn dan lessen die je
waarschijnlijk verderop steeds hebtkunnen gebruiken, want je hebt
in de loop van de tijd met veelverschillende ministers en
staatssecretarissen te maken gehad.Zeker.
Je zei dat je bijvoorbeeld geleerd
hebt wat een minister nodig heeft.Wat heeft een minister nodig?
Dat verschilt per bewindspersoon.
De ene bewindspersoon is volstrektauditief. Hij leest nauwelijks
stukken, maar wil een half uur vantevoren bijgepraat worden of
überhaupt een nota, die wilbijgepraat worden. Een ander wil per
se iets op papier zien. Kortom, erzijn veel verschillen. Het
allerbelangrijkste is, zeker als jewat verder komt, dat je doorhebt wat
die bewindslieden willen bereiken.Dat je daar een zekere
vertrouwensband mee opbouwt. Deeerste keer dat ik dat kon doen, was
met Louw de Graaf. Hij wist precieswat hij deed en wat de minister deed.
Hij wist precies wat zijn rol en zijnverantwoordelijkheid was. Daar was
hij ook klip-en-klaar over naar mijtoe. Dat kon ik weer uitleggen aan
de mensen die met mij aan dat projectwerkten.
Jongens, let op. Op deze manier moet
de staatssecretaris het lezen. Ditmoet naar de minister toe. Het is
vervelend als de staatssecretarisiedere keer tegen mij moet zeggen dat
het ook naar de minister moet. Latenwij daar aan denken dat dit ook naar
de minister moet. Dat soort dingenleer je als vanzelfsprekend, maar het
zijn belangrijke dingen, die je alsniet vanzelfsprekend moet beschouwen.
Mensen die nieuw binnenkomen op hetdepartement moeten het ook begrijpen.
Je noemt Louw de Graaf als voorbeeld,
waar je veel van geleerd hebt. Erzijn waarschijnlijk weleens
bewindslieden geweest waar jemisschien wat minder mee op had.
Zeker. Ik heb er nogal wat gehad.
Natuurlijk heb je met de één meer danmet de ander. Ik was jong en daardoor
kon ik me met Louw de Graaf op diemanier tot hem verhouden en hij tot
mij. Ik heb zeker ook totaal anderebewindslieden gehad, dus van
verschillende politieke achtergrond.Dat maakt verschil.
Ik wil even een overstap maken naar
de actualiteit. We hebben nu eendemissionair kabinet. Het zit er nog
net op het moment van dit interview.Daar is veel commotie geweest over
de relatie tussen ambtenaren enpolitici, omdat ambtenaren moeite
hadden met het werken voor eenminister van een bepaalde politieke
signatuur. Hoe kijk jij daar naar metjouw ervaring en achtergrond?
We hebben het in het klein
meegemaakt. De eerste keer was toende LPF ging regeren, mee ging doen
aan het kabinet, het eerste kabinetBalkenende. Ik had toen een
secretaris, staatssecretaris van deLPF van de Lijst Pim Fortuyn.
Hij is er één avond geweest.Negen uur.
Zoiets. De tweede wat langer. Dat
gaf toen ook al gesprekken in hetdepartement. Wat betekent dat nou? Ik
denk dat dat nog relatief eenvoudigwas in vergelijking met wat er nu
gebeurt, of waar ambtenaren nu voorkomen. Ik geloof in het primaat van
de politiek, maar er zijn grenzen aanwat ik zelf kan meemaken. Ik vind het
mooi als ambtenaren daar hun eigenafweging in maken en zeggen wat wel
en wat niet. Een aantal ambtenaren istoen bij SZW weggegaan. Zij konden
dat niet doen. Ik heb daar thuis ookover gesproken. Wil ik dit wel? Blijf
ik dit wel of niet doen? Die afwegingheb ik toen gemaakt. Ik kan alleen
maar aan alle ambtenaren die nu hierzitten zeggen, dat ze moeten zorgen
dat ze bij zichzelf blijven en dieafweging maken.
Tegelijkertijd is het een groot goed
dat we de ambtenarij in Nederlandgeorganiseerd hebben zoals we die
georganiseerd hebben. Dat je alsambtenaar en topambtenaar voor
politici van verschillende politiekeachtergronden kunt werken. Dat vind
ik een groot goed. Roel en ik kunnenvoorbeelden geven dat dat serieus
op de proef is gesteld. Dat je wordtgebeld door een fractievoorzitter die
wil dat je deze persoon benoemt, wantdit en dit moet. Dan is er een moment
dat je daarom moet lachen, dankjewelzegt, en weer overgaat tot de orde
van de dag. Dat is van alle tijden.Ik kan me voorstellen dat het nu vele
malen ingewikkelder is. Ik heb ookweleens ingewikkelde
opdrachten gehad.Ook waar ik tegen een minister sorry
zei, maar dat ik dat niet zo gingdoen. Ik heb gelukkig altijd in
de omstandigheid verkeerd dat deminister aan mij vroeg waarom niet
en hoe ik het dan wel kon doen. Datbetekent een enorme vorm van
vertrouwen in elkaar. Het begintermee dat je als politiek
verantwoordelijke en ambtelijkverantwoordelijke, als ik even als
SG praat, voor het hele ambtelijkeapparaat, basaal vertrouwen hebt dat
je er alles in doet dat hij of zijzijn of haar idealen in de politiek
kan waarmaken. Ik ben trots dat ikdaar een bijdrage aan mag leveren,
maar op een gegeven moment zeg je datje iets niet doet. Niet zo in
ieder geval. Ik heb daar een aantalvoorbeelden van.
Wil je een voorbeeld delen?
Dat zal ik dan niet doen, maar je
kunt je voorstellen dat er momentenzijn dat je vindt dat dit niet kan
naar de samenleving toe, maar ookniet naar je eigen apparaat. Dat zijn
twee dingen die je erg goed in degaten moet houden. Naar je eigen
apparaat en collega's is het watanders dan naar de samenleving, want
dan matig je je toch wat aan. Dat jeiets zo belangrijk vindt, dat je
tegen een minister zegt dat je datniet doet.
Er zijn gradaties in datgene wat je
de minister voorhoudt. Een bepaaldvoornemen kan bijvoorbeeld in strijd
zijn met de wet. Dan geef je eenjuridische uitleg. Als het om
technische of budgettaire redenenniet kan, leg je dat ook uit.
Een verstandige minister luistertdaarnaar en neemt dat over of hij
vraagt nog een contra-expertise. Datkan ook in zulke gevallen. Je kunt
het ook om min of meer politieke,maatschappelijke of persoonlijke
redenen niet eens zijn met wat deminister van plan is. Herken je dat?
Heb je het over die laatste
categorie? De eerste categorie isprofessioneel discours. Dit kan de
uitvoering niet. Ja, maar het moetpolitiek. Daar kunnen we
zometeen wel wat over zeggen.Ja, althans voorlopig. Dat is een
andere vorm om te zeggen dat dit echtniet past in hoe we als
rijksoverheid, als systeemoverheid,met de burger of met de samenleving
om moeten gaan. Dat zijn de dingenwaar ik het net over had, waar je een
grens moet trekken en zeggen dat jeiets niet doet en dat je je mensen
niet door gaat geven om dit te doen.Natuurlijk zijn daar gradaties
in, maar je moet dit soms heel ergduidelijk zeggen tegen een politicus,
want anders verstaat hij je niet ofkomt het goed uit om jou niet te
verstaan. Mijn ervaring is dat je ditsoort boodschappen klip-en-klaar en
zonder omwegen echt heel duidelijkmoet zeggen.
Stel dat de minister in zo'n geval
zegt dat hij je aanhoort. Wat eenonzin. Ik ga gewoon door.
Wat is dan de vervolgstap?Gelukkig heb ik daar nooit
in die situatie gezeten.Ik geef het nog een vervolg. Je gaf
net aan dat de meest logische stap inonze opvatting van de
politiek-ambtelijke verhoudingen isdat de ambtenaar in dat geval
opstapt. Het zou gek zijn als deoplossing van dit conflict is dat de
minister opstapt. De ambtenaar staptop. Hij legt zijn functie
neer en zoekt een andere baan.Daarom heb ik altijd gezorgd dat ik
enige financiële reserve had. In goedNederlands heet het 'fuck you
money'. Dat je dus altijd je eigenonafhankelijkheid kan bewaren. Dat je
niet financieel vastzit aan dingen,maar dat je je eigen
onafhankelijkheid kan bewaren tenopzichte van je principaal, je
politieke baas. In die zin ofanderszins. Dat je je eigen autonomie
hebt en kan zeggen dit neem ik wel endat niet voor mijn kap. Daar ben
ik altijd precies in geweest. Nietalleen in de politiek. Ik heb een
aantal interim klussen gedaan en danweet je dat je alleen aan de voorkant
op basis van gelijkwaardigheid kancontracteren. Als dat contract
er eenmaal is, is de politiekverantwoordelijk en probeert dan toch
iedere keer iets van die grenzen wegte knabbelen. Het is goed om die
contractering aan de voorkant goed teregelen, maar ook tegen iemand
te zeggen dat het hier eindigt.Nee, dat vind ik niet. Gelukkig heb
ik dat nooit hoeven doen, maar dieles zeg ik altijd tegen mensen. Zorg
dat je een financiële reserve hebt.Een terugvalmogelijkheid.
Ja. Ik onderschrijf dat helemaal,
maar ik neem ook waar dat zo nu endan in ambtelijke kring gekozen wordt
voor een andere richting, namelijk deminister tegenwerken in zijn
voornemen of tegen hem demonstreren.Dat gebeurde vroeger ook en zeker
nu. Wat zo nu en dan in de lunchpauzeweleens plaatsvindt, of lekken naar
de pers enzovoorts. Jij en ik wetendat dat in de ambtelijke diensten
vroeger en nu voorkomt. Hoe reageerje daarop? Als je nu weer in
de positie van leidinggevendesecretaris-generaal van een
ministerie zit en merkt dat datgebeurt bij ambtenaren die vinden
dat de minister in politieke zin deverkeerde dingen doet.
Het korte antwoord is dat je dat niet
moet doen. Tegenwerken, dat kan niet.Daar ben ik, denk ik, snel klaar mee.
Publiek, niks geheimzinnigs wat iknou zeg, maar bij de laatste klus
die ik gedaan heb Bij de NederlandseVoedsel- en Warenautoriteit, werken
een heleboel dierenartsen met eenzekere compassie voor dierenwelzijn.
Wij houden toezicht als NVWA op hetwelzijn van de dieren in slachterijen
en op boerderijen. Tegelijkertijd iser een wens van de Nederlandse
samenleving om vlees te consumeren enhet is een exportproduct. Dat is een
wankel evenwicht. In mijn tijd bij deNVWA liepen die spanningen tussen
de ene en de andere club hoog op. Deminister, mevrouw Schouten, was daar
niet ongevoelig voor. Integendeel,maar zij wilde daar haar eigen
keuze in maken. Het is ongelooflijkmoeilijk om daar je vinger achter te
krijgen. In de coronatijd overlegdeik digitaal met nogal wat mensen en
daar gingen gelekte passages uit dieinterne overleggen naar Tweede
Kamer-leden toe. In de Tweede Kamerhoorde ik mezelf praten tegen mijn
medewerker. Gelukkig allemaal in dezin dat we te doen hebben wat de
minister zegt. Daar werd ik door eenaantal Kamerleden op aangesproken.
Tegenwerken kan niet. Ontkennen dathet er is, is ook verkeerd. Daarom
noem ik het voorbeeld van diedierenarts. Je moet daar ruimte voor
geven. Je moet dat gesprek hebben,maar aan het eind van de dag, aan
het eind van de rit, gaan we toch eenkant op. Dit is het compromis wat
hier uitgekomen is. Zo gaan weverder. Bij de NVWA zat ik, in een
andere rol als inspecteur-generaal,het is interessant om een
keer die rol te hebben, met desecretaris-generaal en de minister
aan een tafel. Hoe krijgen we diedrie opvattingen bij elkaar? Ik vond
het wel geruststellend dat ik toeninspecteur-generaal was , een
meer comfortabele positie dansecretaris-generaal.
Leg dat nog eens uit.
Ik kon daar frank en vrij mijn
opvatting geven. Waar ik voor sta,als mijn organisatie. Als SG was het
'I am there to protect', dus die rolkende ik goed. Ik ben daar om uit
te leggen wat mijn minister wil enwaarom ze dit wil. Soms wringt dat en
soms moet je je in bochten wringen omdat te doen.
Als secretaris-generaal. Als
secretaris-generaal. Daarom zei ikdat ik daar wat makkelijker
kon overleggen (overweg?).Wat vond je leuker? Frank
en vrij je eigen opvatting?Ik heb genoten als
secretaris-generaal. Ik heb toen eenhele mooie periode in mijn leven
gehad. Ik vond het mooi om dat na 6,5of een kleine 7 jaar af te sluiten
en weer andere dingen buiten dierijksoverheid te doen. In het
verlengde van waar we het net overhadden, ik ben een nieuwsgierig mens.
Ik was nieuwsgierig hoe het en inandere bestuurslagen en op andere
plekken ging, maar ik ben met veelplezier SG geweest. Wat is er
leuker dan te werken met zoveelverschillende bewindslieden. Met een
apparaat dat loyaal is. Het socialegebied in mijn geval. De wereld
van werk, inkomen en pensioenen.Leuke collega SG's.
Leuke collega SG's. Al was
dat soms ingewikkeld voor mij.Ik vond dat sowieso interessant. Ik
noemde daarstraks aan het begin, aldie plekken waar je gewerkt hebt.
Mij viel op dat je aan de kant van debeleidmakers hebt gezeten,
de uitvoerders, maar ook detoezichthouders. Op lokaal en
nationaal niveau. Hoe heb je datervaren? Zijn dat verschillende
posities? Vraagt dat andere dingenvan je? Ik heb nog een tweede
vraag. Daar komen we zo dan op.Ik ben wel een kind van de
uitvoering. We hadden het net overhet SG-overleg. Ik vond dat het daar
verdraaid weinig over de uitvoeringging. Heel veel over nog meer beleid
en dingen. Ik weet niet wie hemverzonnen heeft, maar doet er niet
toe, waar ontmoet de burger of hetbedrijf de Rijksoverheid? Dat is aan
het loket om een subsidie voor milieute krijgen of een uitkering aan
te vragen. Ik vind dat dat veel teweinig aandacht heeft gehad dan het
zou moeten (krijgen). Ik kan het opdit moment minder beoordelen, dus
laat ik in de verleden tijd praten.Ik was nadat ik vijfeneenhalf jaar in
Den Haag gewerkt had daar wel klaar.Ik wilde weleens weten hoe het in de
uitvoering ging. Toen ben ik naar eenpensioenfonds gegaan.
Ik ben in het zuiden van het land bij
het ABP gaan werken, wat een groteuitkeringsfabriek is, waar een grote
sociale zekerheidspoot zat. Daar hebik het vak van uitvoeren geleerd
en veel waardering gekregen voor demensen die dat werk doen. Roel kan
zich dat wellicht nog herinneren. Ikheb vaak genoeg mijn vinger
opgestoken als het ging over hetfunctiewaarderingsysteem van de
Rijksoverheid, waar ik vind dat deuitvoering ondergewaardeerd is ten
opzichte van beleid en toezicht. Ikwas daar een beetje een roepende in
de woestijn. Ik overdrijf nu wat,maar ik ben wat dat betreft een kind
van de uitvoering. Bij Sociale Zakenben ik binnengekomen als project-DG
om na te denken over de uitvoering.Er waren toen twee bewindslieden
die, na de aanvankelijke wens om deuitvoering verder te
commercialiseren, zeiden dat we hetweer terug moesten krijgen in
het publieke domein. Dat is deSuwi-operatie. Ik ben toen als
project-DG binnengekomen. Juist methet idee om die uitvoering een meer
dominante plek te geven in het Haagsedenken. In een Haagse manier van
beleid maken en nadenken over beleid.Heel lang antwoord. Ik ben een
kind van de uitvoering. Ik bennieuwsgierig genoeg en heb
opvattingen, dus ik vind beleidstiekem leuk. Ik vind het
interessant dat ik een tijd heb mogentoezichthouden.
Ik had nog een tweede vraag. Ik doe
zelf veel onderzoek naar de relatietussen beleid en uitvoering. Ik merk
dat die relatie lang niet altijdoptimaal is. Ik ben altijd
nieuwsgierig naar hoe dat komt. Wewillen toch allemaal hetzelfde.
We willen allemaal dat de burgeruiteindelijk de dingen krijgt die hij
nodig heeft en waar behoefte aan isenzovoorts. Voor de publieke zaak,
dat willen we allemaal. Waarom luktdat niet? Ik ben benieuwd wat jouw
analyse is en waarom. Jij hebt in aldie werelden gezeten. Je noemt
het zelf, de uitvoering wordtondergewaardeerd. Er is weinig
aandacht voor. Waar komt dat vandaanen hoe zit dat? Misschien ook hoe
we dat beter zouden kunnen maken.Het korte antwoord is natuurlijk aan
het eind van de rit, dat een heleboelmensen denken dat het nu klaar is,
omdat er een wet is aangenomen. Dangaan ze door naar het volgende
onderwerp. Dan gaat de politiekeaandacht naar het volgende. Dat is
een hele korte termijn. Het zit eendeel in het aanzien. We hebben het
al over de functiewaardering gezien.Goed kunnen schrijven is iets
wat meer gewaardeerd wordt. Eenbeleidsnota schrijven. Ik weet nog
dat een collega van Roel en mij eenkeer zei dat hij zo blij en trots was
dat hij zo'n mooie beleidsnota naarde Tweede Kamer kon laten sturen.
Ik zeg in alle eerlijkheid dat ik erniets van begreep. Wat voor impact
heeft dat? Wat betekent dat? Ik hebhet mechanisme gezien bij de
Suwi-operatie. Met in het achterhoofddat ik een tijd gewerkt had bij één
van de voorlopers van het UWV, kreegik ook alle steun van zowel de
bewindslieden als de toenmalige SG ommaximaal de uitvoerders erbij
te betrekken, toen ik daar alsproject-DG binnenkwam.
We hadden daar wat hiccups in.
Misschien dat we daar nog aan toekomen, maar toch was één van de
belangrijke pijlers die we toenprobeerden te doen, en die eigenlijk
ook wel succesvol was, is dat mensenuit een van de voorlopers van het
UWV, het GAK, het LISV meededen bijhet schrijven van wetsvoorstellen. De
mensen bij Sociale Zaken vonden hetniet zo leuk dat zij meededen. Ze
gingen mee naar een overleg in deTweede Kamer en die wisten niet wat
hen overkwam. Dat waren twee wereldendie lang van elkaar gescheiden waren.
Er werd met een zeker dedain over deuitvoerders gesproken.
Gelukkig stapte een aantal mensen van
Sociale Zaken toen over naar het UWVin oprichting. Dat maakte het in die
periode gemakkelijker. Wij hadden eenprogramma om mensen uit te
wisselen. Zij zaten een tijd bij hetdepartement en degenen van het
departement bij het UWV. We kunnental van voorbeelden noemen dat ook
als je die voorbereiding redelijkgoed doet, of je het nou met formele
of met informele uitvoeringstoetsendoet, het vaak aan het eind van de
rit toch ontspoort.. Het ontspoortvan het eerste wetsvoorstel naar
het memorie van antwoord, tot debehandeling in de Kamer, met
amendementen die er dan bij komen.In de tijd dat ik SG was,
heb ik geïntroduceerd dat de
voorzitter van het UWV iedere weekmet de minister sprak, belde of
langskwam. Dat vonden ze allebeiontzettend nuttig.
Was dat Tjibbe?
Joop Linthorst.
Joop, de opvolger van Tjibbe.
Toen was er al vernieuwing in de
wetgeving en allerlei incidenten. Ikzei dat ik daar voortdurend tussen
zat. Ik had de naam dat ik het altijdopnam voor het UWV, omdat ik
daarvandaan kwam. Hij zei dat ik datzelf moest doen. Ik dacht toen
weleens dat het mooi zou zijn om opde één of andere manier Joop
Linthorst een plek te geven in mijnmanagementteam, de bestuursraad. Dat
was bij mijn beleids-DG's volstrektonbespreekbaar. Het is goed om een
eigen plek te geven, maar it didcross my mind. Dat geeft al een
enorme boost aan het vertrouwen vande mensen bij de uitvoering. Ik sluit
niet uit dat mensen daarom vanuit hetdepartement bij de uitvoering gingen
werken. Linthorst die iedere weeklangskomt met die minister. Dan is
het wel belangrijk. Dat verflauwt danweer. Iedere keer heb je dat weer
nodig om een nieuwe impuls te geven.Mensen gaan dat mijden en zich
daarvan afzetten, omdat we in deuitvoering weer ellende krijgen. Dat
is een self-fullfilling prophecy. Dankrijg je weer de weg terug. Of het
nou om toeslagen gaat, of.. Ik heb inmijn herinnering van mijn tijd als
voorloper een schrikbeeld van dingendie we moesten doen, waar wij als
uitvoerders de schuld van kregen. Wewaren toch een paar deuren verderop.
Je moet in Den Haag zijn en niet inHeerlen.
In zulke situaties ontstaat aan twee
kanten een trekbeweging. De ministerwordt als het ware van dat
reguliere overleg met de uitvoeringafgetrokken, doordat hij voortdurend
bezig wordt gehouden in de TweedeKamer, met allerlei
beleidsvraagstukken en nieuwe dingen.Of hij wordt overvallen met klachten
over concrete uitvoeringszaken. Dedirecteur van de uitvoeringsdienst
wordt beziggehouden door zijn eigenapparaat. Het UWV is een organisatie
van 20.000 medewerkers. Of misschienmeer.
Dertien. Zoiets. 13.000.
Het is iets kleiner geworden.
Ik zal het eens nagaan. In ieder
geval mensen die veel aandacht nodighebben en die liever niet te horen
krijgen dat de baas er weer niet is,omdat hij in Den Haag zit. Ik vind
dat het een model is dat goed kanwerken. Het is het model dat je zou
moeten hebben, maar wel een model datvooral van de secretaris-generaal
veel oplettendheid vraagt of beidefunctionaliteiten goed
tot hun recht komen.Toen ikzelf in de uitvoering was,
heb ik nooit meegemaakt dat in deuitvoering mensen zeiden wat ben je
toch vaak in Den Haag. Volgens mijzijn die mensen alleen maar blij
dat er iemand in Den Haag zit om hunverhaal, niet te verkopen, maar uit
te leggen waar ze mee zitten. Mensenin die organisaties beschouwen het
meer als een asset dat je de wegen inDen Haag kent, dan omgekeerd. Ik weet
niet hoe dat nu is, maar ik kan mevoorstellen dat het nu bij het UWV
nog steeds zo is. Fijn dat Maartenalle ingangen daar in Den Haag kent.
De leiding werd vaak benoemd op titel
van het hebben van een Haags netwerk.Dat is op zich prima en goed te
begrijpen. Een vervolgvraag in datverband. Een voornemen van het
komende kabinet is om het UWVonderdeel te maken van het
ministerie van Sociale Zaken, dus eendirectoraat-generaal uitvoering. Hoe
kijk jij daar tegenaan? Een beetjehet model van de Belastingdienst.
Dat zeg ik er maar bij.Oppassen dat je het niet teveel over
de structuur gaat hebben. Het maaktniet zo veel uit. Misschien dat
dan de baas van het UWV wel in diebestuursraad zit. Die droom had ik
al, maar dat kon toen nog niet. Ikdenk dat het belangrijkste is dat je
elkaar verstaat in de relatie. Of datnou in de driehoek
eigenaar/opdrachtgever/uitvoerder is,of dat je daar meer hybride vormen
voor vindt, dat vind ik belangrijkerdan waar je het neerhangt. De
Suwi-operatie haalde het uit hetprivate domein naar
het publieke domein.Dat was een wezenlijke stap.
We hadden een bijzondere ZBO en ik
vind nog steeds dat Hans Hoogervorstdaar credits voor verdient. Hij heeft
geen raad van toezicht boven die ZBOgezet. Dat vonden een heleboel
mensen vreemd. Ik heb daar hard voorgeknokt.
Jij was dat met hem eens.
Succes heeft vele vaders. Hans en ik
hebben het daar over gehad en vondendit goed. Ik wilde niet iets hebben
tussen de minister en het apparaat.Dat vond ik belangrijk in de
Suwi-operatie. Volgens mij is er nogsteeds geen raad van
toezicht bij het UWV.Dat klopt. Er wordt nu toezicht
gehouden door de Arbeidsinspectie.Dat hoeft van mij niet, maar dat moet
je in ieder geval veranderen als jehet onderdeel maakt van het
departement. Ik zou niet de energiestoppen in die structuur, maar in
het maken van een gemeenschappelijkewetgevingsdirectie, waarin
structureel vijf mensen van het UWVonderdeel zijn van de afdeling
wetgeving. Die bewegingen zou ikinteressanter vinden dan deze. Ik heb
bij verschillende plekken, bij de NZawaar ik toen kwam, Omdat daar
allerlei gedoe was in de relatietussen de NZa en het departement,
gezien hoe belangrijk het is datiemand in dat departement het voor
je opneemt.. Dat is de Eigenaarsclub.Eigenaarsadvisering.
Vreselijk.
Die waakt over de continuïteit en dat
je niet het onderspit delft. Ik zoudie rol verder uitgewerkt willen
hebben. Ik vind het belangrijk omdaar beter over na te denken dan
over het terugbrengen binnen hetdepartement. Dat kan, maar ik zou
het meer in evenwicht willen. Dieopdrachtgevers hadden heel veel te
zeggen. Ik hoop dat het nu minder is.In mijn tijd als SG was ik de
eigenaar van het UWV en de SVB. Toenheb ik af en toe richting mijn DG
gezegd dat dit nu niet kon. Dat wedit niet zo gingen doen. Iemand moet
het in bescherming nemen en naar detoekomst kijken. Naar de continuïteit
en dat hij niet ieder wissewasje datbinnenkomt weer afschuift.
Als ik het coalitieakkoord goed lees,
is de achtergrond van dit voornemenniet zozeer het verbeteren van de
uitvoering, maar het vergroten van depolitieke invloed op de
uitvoeringsorganisatie. Het is voormij zeer de vraag of dat een gewenste
ontwikkeling is. Je had het eroverdat het weer terug gaat naar het
ministerie, maar het heeft nooit bijhet ministerie van Sociale Zaken
gezeten. De uitvoeringsorganisatieswaren altijd apart. Vroeger
werknemers- werkgeversorganisaties,later ZBO's, maar
altijd op een afstand.De volksverzekeringen en de
arbeidsbemiddeling waren welonderdelen van het departement. Dat
waren werknemersverzekeringen enbedrijfsverenigingen,
Een ziekenfondsraad voerde dat uit.
Die bepaalden hoe het vorstverlet
eruit zag en andere dingen.Interessante andere tijden. Kortom,
ik geloof niet zozeer dat diestructuur wijzigt. Als alles zo
gecompliceerd is, zullen we metelkaar moeten nadenken over
ministeriële verantwoordelijkheid.Dat kan niet anders. Het is
gemakkelijk om die fictie overeind tehouden. Het is fijn om dat UWV naar
binnen te halen, want dan is deminister weer verantwoordelijk voor
iedere uitkering die in Appelscha ofin Zeeuws-Vlaanderen wordt
uitgekeerd. De wereld is teingewikkeld geworden om dat zo vast
te houden. Bij de Belastingdiensthebben we een hele tijd geleden de
gevalsbehandeling losgekoppeld van depolitiek. Laten we
dat maar zo houden.Laten we goed nadenken over het
begrip politieke ministeriëleverantwoordelijkheid en waar die
eindigt. Ik vind het juist in dezetijd daarbij passen, mits zo'n
uitvoeringsorganisatie voldoendeingebed is in het beleid, in de
consequenties van beleid voor dieuitvoering. Als dat goed voor elkaar
is, vind ik dat belangrijker dan destructuurvraag. Misschien
een verkeerd antwoord.Nee, helemaal niet. Ik doe al lang
onderzoek naar dit onderwerp. Wekunnen geen enkele relatie vinden
waarbij de structuur uitmaakt voorhet functioneren. Het zit hem altijd
in de relatie. In de samenwerking endergelijke. Dat is wat echt
belangrijk is. Als er al problemenzijn rondom de aansturing van het
UWV, zit hem dat niet in het feit dathet een ZBO is. Dat is politiek.
Dat is het bijzondere van de situatie
van het UWV, want we kwamen uit deperiode van een paars kabinet waar
het CDA niet inzat. Het paarsekabinet had de sociale partners
helemaal uit die sociale zekerheidgehaald. Toen kwam er opeens een
CDA-bewindspersoon. Hij moest dealenmet een departement dat de naam had
een Partij van de Arbeid-departementte zijn, waar acht jaar lang Partij
van de Arbeid-bewindslieden haddengezeten. Gelukkig kende ik de
minister voordat hij minister en ikSG was, dus wij kenden elkaar uit een
gemeenschappelijk verleden. Er zatwel een CDA-fractie in de Tweede
Kamer die tegen minister De Geus zei,dat ze wel wilden dat hij oplette
wat er gebeurde in dat departement.Gelukkig had de minister daar zelf
minder last van, maar hij had weldeze druk. Dat maakt de relatie
met dat UWV ingewikkelder.Het UWV had met de start van Tjibbe
een ongelukkig begin. Dat was in jouwtijd.
Zeker. Dat gaf veel kopzorgen. Een
schoolvoorbeeld van een valse startin vele opzichten, waardoor een deel
van de latere problemen verklaardwordt.
Dat weet ik niet. Natuurlijk had het
op dat moment impact. Het had ietsvan een valse start. Ik denk dat
je daarmee overschat wat de impactdaarvan was voor de medewerkers bij
het UWV. Misschien in de Tweede Kamerwel, maar ik denk dat dat bij het
UWV meeviel. Ik wil er best meer overzeggen, als jullie dat willen weten,
maar ik denk dat voor het UWV dievalse start meeviel. Ik denk dat
die meer op andere terreinen zat.Ja, maar het was enthousiast begonnen
met een hele frisse, nieuwe, vanbuiten komende leiding. Die dubbele
leiding ging er in één klap met veelpubliciteit uit, waardoor het imago
van het UWV ernstig beschadigd werd.Met name door die verhalen over
gouden kranen. Het duurde vervolgensenige tijd voordat
er een opvolger was.Dat heeft niet zo lang geduurd.
Nee, naar verhouding
ging dat nog wel.Dat is redelijk snel gedaan.
Joop was er natuurlijk. Even terug
naar het einde van je periode bijSZW. Waarbij je zegt dat je het daar
als SG leuk hebt gehad, maar dat hetop een gegeven moment klaar was. Ruim
zes jaar gedaan. Als ik kijk naar jecv ben je daarna niet meer in normale
lijnfuncties terechtgekomen, maartelkens in ad hoc functies die voor
een kortere termijn bedoeld waren. Jebent eerst naar Amsterdam gegaan.
Eerst naar de Belastingdienst.
Eerst naar de Belastingdienst.
Toen Amsterdam. Toen de NZA.Nee, Groningen. Groningen. Laten we
dat even als voorbeeld nemen. Dat wasde functie van gemeentesecretaris,
wat heel duidelijk een ordentelijkeal 200 jaar bestaande functie is. In
een prachtige gemeente. Waarom ben jedaar maar twee jaar geweest?
Ik vond het interessant. Ik had nooit
bij een gemeente gewerkt. Als ergensdie burger de overheid ontmoet, is
het wel in een gemeente. Hoe werktdie sociale dienst? De overgang die
we toen maakten binnen de socialediensten van werk boven inkomen. De
veranderingen die er kwamen in dezorg. Ik wist toen nog niet het
besluit over de jeugd, maar dat zater ook achter. Bovendien in een stad
die ambitieus is om in de sfeer vanruimtelijke ordening allerlei dingen
te doen en de veiligheidsdomeinen,wat ik niet kende. Ik vond het
hartstikke interessant. Ik heb daarveel geleerd. Ik had een opdracht
om een organisatie die, zoals meerorganisaties, redelijk verkokerd was,
(Als je van een deel van het bedrijfvan de gemeente naar een ander
deel ging, kreeg je een nieuwABP-aansluitnummer) wat te
mogen kantelen en draaien..Dus je ging uit dienst en dan kwam je
in een andere dienst. Mijn stiel vanleidinggeven, van dingen veranderen
kon ik daarin kwijt. Tegelijkertijd,hoe haal je het vuilnis op voor
200.000/220.000 mensen? Het isongelofelijk interessant om eens te
kijken hoe dat werkt. Hoe de regelingwerkt als het vriest. Dat er dan als
vanzelfsprekend mensen zijn in eengemeente die zorgen dat er niemand op
straat slaapt 's nachts. Prachtig omdaar een tijd onderdeel van te mogen
zijn. Ik heb dat met veel pleziergedaan. Drie jaar uiteindelijk. Iets
langer dan mijn eigen bedoeling was,maar dat had andere redenen. Toen was
het weer tijd om naar iets anders tegaan.
Waarom kwam je, na die periode
als SG in dat regime van 2-3 jaar?Groningen, hartstikke leuk. Ik denk
dat het voor een gemeentesecretariséén van de leukste gemeentes is om
te zitten, maar je vond drie jaar telang. Hoe kwam je in het tweede deel
van je carrière vooral terecht in hetregime van bijna
interim-achtige klussen?Dat is bij toeval gegaan. Na
Sociale Zaken had ik een wat langeresabbatical gepland. Toen liep het
mis tussen mijn voorganger en hetministerie. De toenmalige SG vroeg
mij om een tijd de Belastingdienst opinterim-basis te leiden. Ik vond
het ontzettend interessant om dat tedoen. Ook om te weten dat je ergens
van moet houden om er lang in tewerken. Er is geen belangrijkere
organisatie in Nederland dan deBelastingdienst, maar ik wist voor
mezelf zeker dat ik daar niet wildeblijven werken. Ik leerde daar
wat ik zelf belangrijk vond.Ronald was toen SG.
Ronald Gerritsen was toen SG.
Die kende jij.
Hij was mijn voorganger. Ronald had
mij aangenomen als project-DG bijSociale Zaken. Op het moment dat
ik daar binnenkwam, stortte definanciële wereld in elkaar. Ik heb
Ronald niet of nauwelijks gezien.Niet gezien. Ik heb daar geleerd
waar ik wel en niet wilde werken.Kennelijk is in die periode niet die
baan langsgekomen. Ik heb het toevalniet genoeg geholpen of iets
dergelijks, waar ik kon zeggen dat ikdat ging doen. Ik heb enorm geleerd
in Amsterdam met Henk de Jong alsgemeentesecretaris en Lodewijk
Asscher als loco-wethouder vanFinanciën en een tijd waarnemend
burgemeester, toen Cohen naar DenHaag ging. Ik had in Amsterdam
gestudeerd, dus ik vond hethartstikke leuk om een jaar in
Amsterdam rond te lopen en dingen tedoen. Zo loop je van het één naar
het ander. Er zit geen bewustecarrièreplanning aan vast. Misschien
als dingen anders waren gelopen, alsik daar wel ja tegen had gezegd,
of als ze me daar wel voor haddengevraagd, maar zo is het gegaan. Er
zit geen bewuste planning achter.Eerder in het gesprek zei je dat het
belangrijk voor je is dat je werkdoet waar je achter staat en dat je
niet altijd tegen alles ja zegt. Ikdenk dat de vraag van Roel is, dat
het eerste gedeelte van je carrièreduidelijk een lijn omhoog is, door de
rangen heen enzovoorts. Veel mensenblijven dan hangen op de hoogste
rang. Dat heb je niet gedaan. Jijbent hele andere en verschillende
dingen gaan doen. Volgens mij is datontzettend leuk, want dan kom je in
alle uithoeken en maak je van allesmee. Je zegt dat het misschien
toevallig was. Was er een criteriumwaarom je dat ging doen, als er een
klus voorbijkwam waarvoor je werdgevraagd? Of was het
allemaal toeval? Dat kan ook.Andere mensen kunnen dat beter
beoordelen dan ikzelf, maar ik geloofniet dat ik statusgevoelig ben.
Dat interesseert me niet zoveel. Degrootste inkomenssprong maak je als
je kinderen uit huis gaan, dus datgeeft je een grotere
onafhankelijkheid. Als je dat nietcombineert met grote financiële eisen
die je aan het leven stelt, geeft jedat veel ruimte om dingen te doen die
je leuk vindt. Om dingen te doen waarje van leert en waarbij je dingen aan
mensen kunt leren. Het is leuk om tezien dat mensen dingen oppakken. In
het begin van het gesprek hadden wehet over wat ikzelf geleerd had.
Al die dingen die je zelf leert alsambtenaar probeer je door te geven
aan andere mensen. Daar heb ik veellol in.
Het is niet een bewuste keuze geweest
om niet meer een vaste baan tehebben, maar tegelijkertijd heeft het
me wel op een heleboel uithoeken ofplekken gebracht. Ik ben de tweede
keer binnengekomen bij Sociale Zakenals project-DG om die Suwi-operatie
te doen. Gevraagd door RonaldGerritsen. Ik heb mijn ervaring bij
één van de voorlopers van het UWV.Hoe ga je zo'n project doen in Den
Haag? Dat uitknobbelen vond ik leuk.Ik had als project-DG vier
medewerkers. Een secretaresse en driebeleidsmedewerkers. Voor de rest had
ik niemand. Daar verbaasde iedereenzich over. Je moet toch een staf
hebben. Directies eronder hangen endergelijke.
Het ging om de inhoud. Dat zou het
niet ten goede gekomen zijn, want dathad alleen maar meer gevechten
opgeleverd. De zittende DG's warennatuurlijk tegen het feit dat er een
project-DG kwam. Helaas ben ik bangdat dat nog steeds zo is. Zij waren
tegen de komst van een project-DG.Niets persoonlijks, maar tegen het
feit. Zij konden dat toch ook doenvanuit de lijn? Dat samenwerken. Je
merkt wel dat een heleboel mensenbinnen zo'n departement het leuk
vinden om uitgeleend te worden aaneen project. Of er drie dagen per
week aan te werken en tegelijkertijdnog hun eigen basis te hebben. Ik heb
daar geleerd en gezien dat je op eenhele andere manier daar kon zijn dan
alleen maar in de status van DG. Datwas ik dan wel, maar ik
was 'maar' een project-DG.Dat werd natuurlijk ook vaak genoeg
gezegd. Geen misverstand hierover.Dat kunnen ambtenaren goed. Althans,
hogere ambtenaren. Mij laten wetendat ik 'maar' project-DG was. Als je
daar niet gevoelig voor was, maar datals geuzennaam gebruikte, hadden we
het met dat kleine clubje hartstikkegoed. Met z'n vijven.
Er is één klus waar ik nieuwsgierig
naar ben. Dat is de NZA. Daar kwam jebinnen nadat er een groot incident
was geweest met de zelfmoord van eenmedewerker, en een zwartboek. De
organisatie liep niet lekker en deraad van bestuur moest weg. Jij
moest daar aan de slag. Kun je ietsvertellen over wat je aansprak in die
opdracht? Waarom heb je daar ja tegengezegd en vooral ook hoe je daar te
werk bent gegaan? In die organisatiewaren twee 'bloedgroepen', zal ik
het maar even noemen. Hoe heb je dataangepakt?
De reden waarom ik het gedaan heb, is
dat ik het interessant en leuk vond.Het was ingewikkeld. Dat voelde ik
ook. Hoe heb ik het aangepakt? Toenik binnenkwam moesten er nog twee
rapporten komen. Het rapport Borstlapen een ander onderzoek. Ik ben bij
mensen gaan vragen wat zij dachtendat daar in zou staan. Daarna ben
ik naar de ouders en broer van deoverleden jongen geweest. Dat waren
indringende bijeenkomsten. Daardoorbegreep ik meer de emotie in de
organisatie. Tegelijkertijd heb ik deorganisatie aangesproken op hun
professionaliteit. Ik zei dat we weldoorgingen. Ik denk dat mijn eerste
belangrijke beslissing was dat ik hetin m'n eentje ging doen. Ik heb toen
wel aan de SG en de minister uitmoeten leggen dat ik geen tweede of
derde bestuurder erbij wilde hebben.Waarom was dat?
Het is een relatief kleine
organisatie. Ik weet niet meerprecies hoeveel, maar ik denk 300/400
mensen. Ik dacht dat ik maar evenmijn klemtonen hier moest laten
zijn. Dan kon het daarna weer watuitwaaien. Ik moet zorgen dat ik hier
aan de bal ben. Anders moet ik tochweer dingen gaan overleggen. Jij
dit en jij dit. En wat ik vaker hebgedaan bij Dit soort dingen. Dat een
klein clubje mensen (2 of 3 of 4 of4) uit de organisatie, die de
organisatie goed kenden, die het teammet mij waren, ook mijn ogen en oren
waren. Net als toen ik project-DGwas. Ik zei dat we gewoon weer gingen
beginnen. Zeg maar wat er maandag opde agenda van de raad van bestuur
staat. Een beetje Ijzeren Hein-ig hebik me daar weekenden lang zitten
verdiepen in allerlei juridischedingen.
Er moesten weer besluiten op gang
komen. Tegelijkertijd had ik in deorganisatie wel iets te doen. Iemand
anders had het vast anders gedaan,maar ik heb tegen twee mensen gezegd
dat er voor hen geen plek meer was inde organisatie. Dat kan op een
vriendelijke manier of onvriendelijkemanier, maar jullie gaan weg bij de
organisatie. Ik denk dat ik maar tweeweken voor nodig had om het te
bedenken en aan het eind van weekdrie heb ik het tegen deze jongens
gezegd. Daar moet je erg meeoppassen. Dat heeft allerlei
rechtspositionele gevolgen endergelijke. Eén heeft dat
geaccepteerd. De andere niet. Daarheb ik me later zorgen over gemaakt,
want dat leidt toch weer tot kampen.Van joh, Het is maar een
incident. Waarom moet hij weg?Het is een goeie medewerker, een
goeie baas en alles wat daarbijhoort. Tegelijkertijd zei ik dat dit
consequenties moest hebben in datteam en in de leiding. Dus dat
betekent dat er Eén directeur en éénafdelingshoofd toen de organisatie
hebben verlaten. Het afdelingshoofdvond dat heel erg. Dat is dan toch
naar gegaan met landsadvocaten enandere dingen. Tegelijkertijd heb
ik geprobeerd om mij niets aan tetrekken van die twee bloedgroepen die
er waren. Dat kon ook gemakkelijk,omdat ik niet van één van die twee
kwam. Daar was een totaal verschilmet mijn voorganger als voorzitter
van de raad van bestuur, die ik goedkende en waar ik af en toe contact
mee had. Hij kon mij vertellen hoehet in de organisatie zat. Dat gaf
lucht, omdat ik daar anders mee...Ik zit anders in elkaar, dus dat
maakte het gemakkelijker voor demensen om zich naar mij te verhouden.
Help maar. Help! Ik denk dat ik daarvaak help heb gezegd. Zeker die hele
juridische regulerende wereld wasniet helemaal mijn wereld. Minister
Schippers heeft niet nagelaten omiedere keer tegen mij te zeggen dat
ik er maar tijdelijk zat. Ik lietniet na om dat ook iedere keer
tegen haar te zeggen ik zit er maartijdelijk. Dat gaf ons een
primawerkrelatie. Het werd welingewikkelder dat dit consequenties
moest hebben voor de NZa als geheel,en dat VWS in zijn wijsheid besloten
had om een aantal taken van de NZaover te hevelen naar de ACM. Dat vond
ik jammer, want ik was juist bezig omde IGJ en de ACM meer bij elkaar te
brengen. Ik vond dat namelijk hetleukste van mijn opdracht.
Jullie hebben allemaal verschillende
toezichthouders. Breng die een beetjebij elkaar. Hoe kunnen we
gezamenlijke werkgroepen doen? Datstagneerde toen er opeens vanuit VWS
gezegd werd dat er taken overgingennaar de ACM. ACM had toen geen
belangstelling meer om samen met onsop te trekken. Ongetwijfeld is
het een verstandig besluit van deminister van VWS geweest,
maar dat vond ik zelf jammer.Heb je daar toen met de
minister over gesproken?Ja, maar de minister had een goed
gevoel van mijn en dijn. Dat kan jijvinden, maar. Ik heb
het wel bij haar gemeld.Het is een hele ontvankelijke
minister. Je kunt alles tegen haarzeggen.
Ik kon het tegen haar zeggen. Niks
mis mee, maar ze zei dat ze megehoord had, maar het niet deed.
Ik vind interessant in je verhaal en
in hoe je te werk bent gegaan, dathet klinkt alsof jouw
persoonlijkheid, hoe je bent enopereert, daar een belangrijke rol
in speelt, maar je moet het vak ookleren.
Zeker.
Heb je dat gaandeweg geleerd?
Ik ben een aantal keren ergens
ingesprongen waar problemen waren. DeNVWA, de NZa of bij de
Belastingdienst. Je moet niet raaropkijken dat de secretaresse die
verknocht is geraakt aan haar baas,je de eerste week niet aankijkt. Daar
moet je tegen kunnen. Daar moet jeeen grapje over kunnen maken. Dat
moet je accepteren. Langzaam komtiemand dichterbij. Als die persoon
niet dichterbij komt, moet je zeggendat ze ergens anders gaan werken
en dat iemand anders jouzelf komthelpen. Dat heb ik moeten doen. Je
verplaatst je daarbij in een ander.Dat is gemakkelijker als je ouder
bent dan als je jonger bent. Je leertal doende en van je fouten. Ik heb
genoeg fouten gemaakt in mijn leven.Daar leer je van. Dat maakt je op
sommige plekken een harder en sommigeplekken een zachter mens. Ik ben wat
directer dan ik in het begin was. Aande andere kant wat zachter. Het
is een beetje een combinatie.Ik wil richting het einde gaan. Stel
je voor dat je komt lesgeven voormijn bestuurskundestudenten. Wat zou
je ze mee willen geven als zij bijhet ministerie willen gaan werken?
Welke belangrijke dingen heb jij inde loop van de tijd geleerd, die je
graag aan hun zou willen meegeven?Dat het ontzettend nuttig en leuk is
om te werken bij de Rijksoverheid.Dat je er veel van kunt leren. Ook
frustratie. Iedere baan is niet 100%leuk. Iedere baan en werkweek heeft
dingen die niet leuk zijn. Dat moetje je realiseren en je er niet
door laten afschrikken. Dat je oponderdelen impact kunt hebben in
de samenleving. Ik hoop dat jouwstudenten dan een paar vragen
stellen. Dat je daar dan watvoorbeelden bij kan geven. Ik heb dit
een tijd gedaan in één van de anderehogescholen in dit land. Dat vond
ik altijd hartstikke leuk, want daarwaren dit soort vragen. Als ze
iets overwegen. Wat zou jij doen enwaarom? Dat leidt altijd
tot boeiende gesprekken.In ieder geval, vooral doen.
Ja, en zeker voor mensen die helemaal
aan het begin staan. Je eerste baanhoeft niet je eindbaan te zijn. Ga
maar eens kijken. Ik heb een tijdlesgegeven op een middelbare school.
Ik was daar misschien gebleven alshet anders gelopen was, niet
ontslagen was, omdat er weer iemandwegbezuinigd werd, in die tijd. Een
eerste baan hoeft niet je eindbaan tezijn. Wees nieuwsgierig. Zo heb ik
geprobeerd al mijn banen vorm eninhoud te geven en gezocht op een
basale vorm van nieuwsgierigheid.Willen leren. Ga niet alleen maar
op uiterlijke dingen af. Blijf bijjezelf daarin. Dat zijn de dingen
waar ik zelf het meeste aan hebgehad.
Zorg dat je ruimte houdt om
je eigen rol te kunnen spelen.Je eigen rol. Er is niks mis mee
om je eigen rol te definiëren alsdienstbaar. Bij uitstek is
secretaris-generaal een rol vandienstbaarheid. Daar is niks mis mee.
Ik heb dat met veel plezier gedaan.Vanuit die dienstbaarheid mijn
diensten aanbieden aan iemand diezijn politieke idealen wil
verwezenlijken. Het gaf en geeft mijvoldoening dat ik daaraan heb
bijgedragen. Sommige dingen meer danandere dingen. Dat hoort bij werk.
Er is niks mis met een flinke dosisdienstbaarheid in je werk.
Mooi slot.
Ik vind dit een mooi slot van een
fijn gesprek. Dankjewel. Ik zou tegenalle studenten bestuurskunde zeggen
dat ze het vooral moeten doen.Ja. Dankjewel.
Zeer bedankt.
Beluister het interview als podcast
Dat kan via Spotify en Apple Podcasts.
Bekijk de videofragmenten
Achtergrond
Opleiding
Geschiedenis (niet voltooid), Vrije Universiteit Amsterdam
Bedrijfseconomie, Erasmus Universiteit Rotterdam
MBA, Erasmus-Rochester
Loopbaan
1986 – 2002: Diverse functies Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waaronder directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen
2002 – 2008: Secretaris-Generaal Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
2009 – 2011: Adviseur College van B&W, Gemeente Amsterdam
2011 – 2014: Gemeentesecretaris, Gemeente Groningen
2014 – 2015: Interim-voorzitter, Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
2020 – 2021: Interim-Inspecteur-Generaal, NVWA
Maarten Ruys (1954) was tussen 2002-2008 secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Eerder bekleedde hij op dat ministerie diverse andere posten, waaronder directeur-generaal uitvoeringsbeleid werk en inkomen. Na zijn SG-schap werd hij adviseur van de gemeente Amsterdam, gemeentesecretaris van Groningen, interim-voorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit en interim-inspecteur-generaal bij de NVWA.
Bron: PDC





