“Als je van a naar b wil: zet je koers uit en houd die vast”

Na zeven jaar Tweede Kamerlidmaatschap namens de VVD werd Edith Schippers minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de kabinetten-Rutte I en II (2010-2017). Haar opdracht in beide kabinetten was om de kostenstijgingen in de zorg te beteugelen. “Het veld was behoorlijk roerig en ik moest nog beginnen met mijn bezuinigingen. Dat ging een hele uitdaging worden.” Haar koers had ze helder voor ogen. Een kwestie van daar tijd voor vrijmaken zag ze, en vasthoudend zijn. “Als je van a naar b wil: zet je koers uit en houd die vast.”

Schippers kijkt met plezier terug op haar start als bewindspersoon. “Een heerlijk moment, want je hebt nog geen verantwoordelijkheid gehad of moeilijke besluiten genomen: alles ligt nog voor je.” De sfeer in de nieuwe ploeg was goed, vertelt ze. “Je gaat samen een avontuur aan. Iedere ministersploeg begint met de beste bedoelingen, veel energie en idealisme. Je staat daar met het idee dat je het met elkaar gaat doen.”

Een oude rot in het vak

De opdracht vanuit het regeerakkoord in Schippers’ beide ministerschappen was de kostenstijgingen in de zorg te beteugelen tijdens en in de nasleep van de financiële crisis. Daarbij stuitte ze aan het begin van haar eerste ministerschap op veel weerstand in het veld. “De medisch specialisten dreigden te gaan staken, omdat ze meer geld wilden. De huisartsen waren ontevreden. En de ziekenhuizen zeiden dat ze niet konden besturen omdat als ze leverden wat ze van de zorgverzekeraars moesten leveren die daarna alsnog geld kwamen terughalen. Het veld was roerig en ik moest nog beginnen met mijn bezuinigingen. Dat ging een hele uitdaging worden.”

Het departement had eigen overtuigingen van wat nodig was, en vond het belangrijkste het declaratiesysteem van ziekenhuizen aan te passen. Dat traject werd ‘DOT’ genoemd: Diagnose Behandelcombinaties (DBC’s) op weg naar transparantie. “Het was in de zorg steeds meer aan de orde dat een duurdere variant van de behandeling werd gedeclareerd dan werd gegeven.” Schippers had zelf een ander doel. Ze wilde het vrije segment van de prijzen uitbreiden om op die manier de kostprijs van een behandeling beter zichtbaar te maken. Haar ambtenaren zeiden dat dat niet tegelijk kon en dat haar wens moest wachten. “Het stond echt op spanning. Ik vroeg me af hoe ik daaruit moest komen.”

Ze belde PvdA’er Sweder van Wijnbergen, econoom en oud-secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken. “Ik had met hem verschillende keren gedebatteerd. We waren het niet altijd met elkaar eens, maar ik respecteerde hem om zijn vuur en argumenten. Dat was wederzijds. Ik vroeg hem: ‘Kun je niet een keer op de koffie komen? Hoe kan ik dit het beste aanpakken?’” Van Wijnbergen gaf haar advies: “Om het heel erg plat te slaan, zei hij:Je moet zeggen dat wat jij wilt sowieso gebeurt. En als er nog tijd is, kan dat andere.’”

"Je moet gebruikmaken van de start van een kabinet om belangrijke zaken door te voeren"

Uiteindelijk kon de uitbreiding van het vrije segment en de overgang van DBC naar DOT toch tegelijkertijd plaatsvinden. Ze begrijpt de beweegredenen van het departement wel. “Dat dacht: we moeten een grote operatie doen, en daar kan geen tweede grote operatie naast. Mijn agenda was dat ik deze operatie (het vrije segment uitbreiden, red.) direct moest doen, anders kwam het er niet meer van.” De les die ze leerde: “Je moet gebruikmaken van de start van een kabinet om belangrijke zaken door te voeren.”

Een pyrrusoverwinning

Het aantreden van een nieuwe minister met een eigen agenda brengt allerlei veranderingen met zich mee voor de ambtenaren op het departement. Dat kan lastig zijn, ziet Schippers: “Ze hebben voor een vorige minister keihard gewerkt en zijn overtuigd van die richting. Zet je die richting voort, is er geen probleem. Wil je het anders, dan vragen ambtenaren zich af waarom het anders moet. Dan moet je elkaars rol goed begrijpen.” Die rollen omschrijft ze als volgt: “Ambtenaren hebben de verantwoordelijkheid om alle feiten en voor- en nadelen van wat je wilt op tafel te leggen. Uiteindelijk is de politieke koers aan de politicus.”

Dat schuurt steeds vaker, ziet ze. “Dat is link, want het moet uitmaken wie daar politiek gezien zit. De kiezer kiest voor bepaald beleid, dan moet een politicus dat ook kunnen uitvoeren.” Een voorbeeld daarvan is dat ze ook het economisch belang van sport hoger op de agenda wilde zetten, naast het sociale en gezondheidsbelang. “Veel innovaties uit de sport zie je later terugkomen op de markt, bijvoorbeeld in voeding of in kleding voor consumenten.” De ambtenaren zagen dat destijds anders. “Ik heb keer op keer geprobeerd dat in een brief te krijgen, maar het kwam er gewoon niet in. Uiteindelijk ben ik achter de computer gaan zitten en heb het er zelf ingezet.” Ze noemt dat achteraf een pyrrusoverwinning, want als ambtenaren er niet achter staan, gebeurt er weinig, ervaarde ze. Hoe verklaart ze dat? “De mens schat nietsdoen of blijven doen wat je deed als minder risicovol in dan dingen veranderen. Niets menselijks is een ambtenaar vreemd. Daar moet je met elkaar het gesprek over voeren.” Uiteindelijk startte Schippers een innovatieprogramma, waardoor het thema alsnog op de agenda kwam.

Het veld meekrijgen

Bij het realiseren van de bezuinigingen moest Schippers het veld meekrijgen. “Ik durf te stellen dat de minister van VWS het best opgeleide, georganiseerde en gefinancierde veld heeft van alle ministeries.” Dat maakt het veld ook machtig. “De onderwerpen zijn altijd emotioneel, dus zijn de wegen naar de media kort.” Ze koos voor een andere aanpak. “Voordat ik kwam, was het heel gebruikelijk om beleid op te leggen door een meerderheid in de politiek te vinden en zo een bepaalde beleidswijziging door te voeren. Toen ik aantrad zag ik ontevredenheid en partijen die wilden gaan staken.” Daarom begon ze met het afsluiten van hoofdlijnenakkoorden. “Omdat ik dacht: als ik het met een wet of regel afdwing tegen de wil van de zorgpartijen, dan weet iedereen het laagste putje te vinden en zo’n wet of bezuiniging te omzeilen. Terwijl: als we de schouders zetten onder een gezamenlijke oplossing, kunnen we echt wat veranderen.”

"Ik geloof niet in akkoorden zonder stok achter de deur, dan is het vrijblijvendheid troef"

Ze moest zorgen voor draagvlak en vond de spreekwoordelijke stok achter de deur. “Een andere belangrijke motivatie om mijn hoofdlijnenakkoorden te sluiten, was de macht van het ministerie van Financiën over het ministerie van Volksgezondheid; natuurlijk spending department nummer één.” Wanneer het ministerie van VWS zijn begroting overschrijdt - wat steeds gebeurde - gaat het ministerie van Financiën zich ermee bemoeien. “Het gaat dan inhoudelijk sturen en niet op zo’n slimme manier, als ik zo vrij mag zijn. Met stupide lijstjes die slecht zijn voor de patiënt en de zorg. Dat levert uiteindelijk weinig op, maar op korte termijn haal je wel wat binnen.”

Het was dus zaak binnen de begroting te blijven. “Op het departement zei ik dat de overschrijdingen waren afgelopen: ‘We gaan bezuinigen wat we moeten bezuinigen, maar wel op de dingen die wij willen.” Met die boodschap ging ze naar het veld. “Ik geloof niet in akkoorden zonder stok achter de deur, want dan is het vrijblijvendheid troef.” Dus zei ze tegen het zorgveld: “We hebben een opgave om zelf de regie en het stuur in handen te hebben. Doen we dat niet, doet Financiën het.”

Eigen bijdrage in de ggz

Naast Financiën bemoeide ook staatssecretaris van Justitie Fred Teeven zich met het zorgdomein, bij een mogelijke invoering van de eigen bijdrage in de ggz. Schippers had al een plan bedacht om die niet door te voeren en elders te bezuinigen. “Als je zoiets te vroeg vertelt, gaat iedereen ermee aan de haal en mislukt het.” Terwijl ze daar achter de schermen aan werkte, roerde Teeven zich. “Hij vertelde op de radio out of the blue dat die eigen bijdrage niet door moest gaan. Ik belde hem en zei: ‘Dat is prima Fred, maar dan moet jij het opbrengen.’ ‘Dat doe ik wel’, zei hij. ’s Avonds belde hij terug en zei: ‘Jeetje, wat een geld. Dat is zo'n groot deel van mijn begroting, dat kan ik niet ophoesten.’ Ik zei: ‘Nee precies, dus je moet je mond houden.’ Soms is politiek ook stilzwijgend problemen van je bord afpoetsen. Dat hoeft niet iedereen te weten. Maar ja, anderen kunnen wel je plan bederven en dat was bijna gebeurd.”

Opgepompte ideologische verschillen

Marktwerking in de zorg is vaak onderwerp van politieke debatten. Schippers stelt dat ideologie daarin de zorg vooral schade heeft gebracht. “Een schimmige strijd die in de praktijk geen enkel effect heeft.” Ze licht toe: “We zijn er allemaal trots op dat iedereen is verzekerd en dat dezelfde arts je in datzelfde ziekenhuisbed behandelt, of je nu miljonair bent of geen geld hebt. Door opgepompte ideologische verschillen worden er veel schijndebatten gevoerd die de zorg nooit beter hebben gemaakt.”

"Mensen willen samenwerken, maar niet als ze zelf moeten inleveren"

Het beeld van markwerking is hardnekkig en breed verspreid, ziet ze. “Veel partijen zeggen dat ze graag willen samenwerken met hun buurman, maar ‘dat mag niet door de marktwerking in de zorg’. Op een gegeven moment zei ik tegen het departement: ‘We gaan sessies in het land organiseren om te laten zien dat er veel kan. Daarnaast maken we regelvrije zones en kijken we of er dingen gebeuren die volgens de wet niet hadden gekund.’ Het is nooit gebleken dat de wet iets heeft tegengehouden.” Haar conclusie: “Mensen willen samenwerken, maar niet als ze zelf moeten inleveren, alleen als ze iets krijgen.” Dat beeld van marktwerking stond en staat noodzakelijke veranderingen in de weg, stelt ze. “In de zorg zijn veel dingen die we geregeld hebben stupide of belemmeren het veld om het juiste te doen. Daar hebben we het nooit over, dat zijn de moeilijke debatten en de lastige keuzes. Het is makkelijker om een beeld te creëren van marktwerking en daar een enorm debat over te voeren.”

Non-argumenten

Het idee van marktwerking levert in de praktijk een makkelijk excuus op om risico’s uit de weg te gaan, vindt Schippers. “Er is marktwerking tussen zorgverzekeraars, maar ze worden gecompenseerd voor ouderen en zieke mensen door het vereveningssysteem daarachter. En preventie komt niet van de grond, omdat verzekeraars zeggen: ‘Mijn concurrent heeft er baat bij als ik daarin investeer.’”

Dat vindt ze ‘een non-argument’ omdat er in de praktijk maar weinig mensen wisselen van zorgverzekeraar. “Zo zit de zorg vol met non-argumenten. Het jammere is dat we het in stand houden, omdat het resoneert. Als we iets niet willen in de zorg, noemen we het ‘marktwerking’. Als je op televisie iets ziet waarbij iemand boos is, komt dat door de marktwerking. Dan moet je altijd achterdochtig zijn en kritisch doorvragen.”

Een goede relatie

Als bewindspersoon is parlementaire ervaring erg handig, vertelt Schippers. “Als je minister wordt, heb je een ambtenarenapparaat te managen, maar ook de politiek, de media en een inhoudelijk veld. Als je op al die gebieden geen ervaring hebt, wordt het moeilijk overleven. Je moet ergens je ankers hebben.” Voordat Schippers minister werd, was ze zeven jaar Tweede Kamerlid geweest. “Daardoor had ik al vaak met de media te maken gehad. Bovendien had ik voor mijn ministerschap zeventien jaar ervaring met de gezondheidszorg. Als minister was het departement voor mij de nieuwe factor.” Haar relatie met die Tweede Kamer was altijd goed en het was noodzakelijk die zo te houden. “In Rutte II hadden we met de PvdA een nipte meerderheid in de Tweede Kamer in het begin - die verloren we onderweg - en we hadden geen meerderheid in de Eerste Kamer. Dus als je er een wet doorheen wilde krijgen, moest je onderhandelen met de oppositie in beide Kamers. Ik heb dus altijd veel aandacht besteed aan mijn relaties met Kamerleden.”

Schippers benadrukt ook het belang van een goed, professioneel en kritisch team. “Als minister in je eentje ben je helemaal niks. Je politiek assistent houdt alle relaties met de Kamerleden open, je ambtelijk assistent zorgt dat de stukkenstroom op het departement goed loopt. Zonder een goede woordvoerder die begrijpt wat jij wil én begrijpt wat de media zoekt, is het voor een politicus een stuk lastiger. Verder had ik geweldige gedreven ambtenaren op het departement. Alleen dan kan je succesvol zijn.”

Medisch-ethische debatten

Een lastig en terugkerend onderwerp was het medisch beroepsgeheim, waardoor cruciale informatie niet gedeeld mag worden tussen zorg- en veiligheidsprofessionals. “Ik ben daar verschillende keren tegenaan gelopen, bijvoorbeeld in de ggz. Als iemand een gevaar voor zichzelf en de omgeving is, wat heeft die aan een medisch beroepsgeheim als diegene daardoor niet geholpen wordt? Dat speelt nog steeds. Een moeilijk onderwerp, omdat er belangrijke dingen tegenover elkaar staan: zelfbeschikkingsrecht versus zorgen voor iemand die het nodig heeft. Die moet je tegen elkaar afwegen.” Niet makkelijk, zo’n medisch-ethisch vraagstuk, toch voerde ze er graag debatten over. “Die gaan minder over oneliners, meer over waarden: ze zijn inhoudelijker.”

Moeder- en ministerschap

Een ministersleven vraagt offers, van jezelf en je directe omgeving. “Ik was niet alleen minister van Volksgezondheid en Welzijn, maar ook minister van Sport. En sport is vaak in het weekend en dan bereid je ook je volgende week voor. Als je niet oplet, ben je zeven dagen per week aan het werk, dat legt een claim op je gezin.” Vanaf het begin van haar functie hield ze daar rekening mee. Tijdens een kabinetsdiner bij de start van Rutte II stelde ze zichzelf voor: “‘Ik ben Edith Schippers, ik heb een kind van zeven en ben voornemens op maandag thuis te werken.’ Want ik dacht: als ik het me voorneem, lukt het zeventig procent, honderd procent lukt nooit. Een aantal mannelijke ministers reageerde: ‘Dat is belachelijk, dat kan helemaal niet als je minister bent.’ Ik dacht juist: je moet het moeder- en ministerschap kunnen combineren. Want anders laten we het over aan vaders die het niet erg vinden dat ze alleen op zondag het vlees snijden.” Soms nam ze haar dochter mee naar activiteiten, bijvoorbeeld naar het WK tafeltennis waar ze als minister bij moest zijn. “Dan hoorde je tussen het ‘tik, tak, tik, tak’ ineens: ‘Mam, mag ik nou eindelijk een ijsje?’ Ik nam haar mee want ik dacht: we moeten toch een keer iets samendoen? Nu krijg ik haar niet meer mee naar sportwedstrijden.”

"Op het departement heb ik nooit gedacht: ze nemen me niet serieus omdat ik vrouw ben"

Hoe vond ze het als vrouw in de politiek? “De manier waarop vrouwelijke lijsttrekkers en ministers worden benaderd, vind ik bij het seksistische af.” Ze kreeg de connotatie ‘koele bitch’ en ‘iron lady’. Toch vindt ze dat je daartegen moet kunnen als politicus. “Anders heb je geen leven. Ik dacht al vrij snel: het zal wel. Een man is kordaat en neemt maatregelen, een vrouw is een koele bitch. Ook media kijken anders tegen vrouwen aan. Ik kreeg altijd opmerkingen over bijvoorbeeld mijn haar of jasje. Maar mannen in slechte pakken; daar lees ik nooit wat over.” Op het departement speelde het vrouw zijn geen rol: “Daar heb ik nooit gedacht: ze nemen me niet serieus omdat ik een vrouw ben. Maar het beeld dat eromheen gecreëerd wordt, is anders.”

Op de persoon spelen

Terugblikkend mist ze soms de politiek zoals die vroeger was. “Begin jaren negentig kreeg je als Kamerlid brieven in de trant van: ‘Het spijt me u te moeten zeggen dat ik het oneens met u ben.’ Het is onvoorstelbaar wat mensen nu denken te kunnen schrijven en zeggen over politici. Toen ik als Eerste Kamerlid terugkwam in de politiek ben ik me rot geschrokken.” Ook van de manier waarop collega’s in de Tweede Kamer met elkaar omgaan. “Ik vind dat jammer, want het debat krijgt minder inhoud als je het op de persoon speelt. De media wakkeren het vuurtje vaak aan. Er is nooit een praatprogramma waarin wordt gevraagd als er twee verschillende partijen aan tafel zitten: ‘Jongens, wat willen jullie met elkaar bereiken?’ Ik vind dat ook de media zich een spiegel mogen voorhouden: hoe kunnen we onze programma's inhoudelijker maken, zodat we aan tafel iets laten gebeuren, in plaats van een oppervlakkige welles-nietes?”

Houd je koers vast

Een les die Schippers graag met toekomstige ministers wil delen, gaat over de benaming van wetten. “Het maakt ontzettend veel uit hoe je een wet noemt, dat wordt zwaar onderschat.” Bijvoorbeeld het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). “Dat speelde onder Hans Hoogervorst, vervolgens heeft Ab Klink het overgenomen en daarna was ik de gelukkige. Veel mensen hadden het idee: ergens staat een groot datacentrum met al onze gegevens in één groot patiëntendossier. Die naam dekt de lading totaal niet. Die wet ging over het aanleggen van de (digitale, red.) mogelijkheid voor artsen om bij elkaar een specifiek stuk van een bepaald dossier in te kunnen zien. Die ene term, EPD, heeft het politieke debat enorm bepaald. De Tweede en Eerste Kamer stonden recht tegenover elkaar in dit dossier. De naamgeving brandmerkte het debat erover.”

Wat wil ze nieuwe bewindspersonen verder adviseren en toewensen? “Ik gun ze een klankbord van iemand die het klappen van de zweep kent. Toen ik minister werd, kreeg ik een regeerakkoord en ‘Hier is je bureau, toedeledokie, veel succes ermee.’ Je kan een snellere start hebben als iemand je daarmee kan helpen.” Verder vindt ze het belangrijk een eigen agenda te ‘forceren’. “Je bent een beslismachine. Je krijgt iedere avond één of twee koffers mee vol dingen waar je over moet besluiten. Maar ook Kamerbrieven, een enorme hoeveelheid Kamervragen en debatten en interviews die je moet voorbereiden. Als je geen tijd voor je eigen agenda vrijmaakt en wat je daarmee wilt bereiken, word je honderd procent opgevreten door incidenten en mediadingetjes. Als je van a naar b wil: zet je koers uit en houd die vast. Neem daarin ook de top van je ambtenarij mee. Als je daar tien procent van je tijd aan kan besteden, doe je het al heel goed.”

"Laat je voeden door mensen die met hun poten in de klei staan"

Laat je voeden

Voor zichzelf had Schippers die koers helder voor ogen. “Ik dacht altijd: ik wil daarheen. Ik wist ook precies waarom. Het hoe, daar heb je veel advies van je ambtenaren en het veld voor nodig.” Een andere tip die ze geeft: ga op werkbezoek en dan het liefst alleen. “Ik heb altijd gezegd: ‘Ik wil in mijn eentje met een medisch specialist meelopen, of met een huisarts of verpleegkundige. Het eerste uur zeggen ze ‘u’, daarna is het ‘jij’. Aan het eind van de dag komt iedereen z’n hart bij je luchten, en dat is heel waardevol.” Door die werkbezoeken zag ze dingen die ze anders niet zou tegenkomen. “Ik liep mee met een arts die zei: ‘Boeren strooien preventief antibiotica over hun vee en wij krijgen resistentieproblemen in het ziekenhuis. Als jij daar niks aan doet, krijgen we een groot probleem.’” Dat zette haar aan het denken. “Daar ga je dan over lezen en praten, en uiteindelijk is dat (het tegengaan van antibioticaresistentie, red.) speerpunt van beleid geworden. Samen met de staatssecretaris van Landbouw, Martijn van Dam, heb ik daar veel op kunnen bereiken.” Soms moet je ‘gevoed’ worden, vindt ze. “Denk niet dat je alles weet, je moet met weinig informatie grote besluiten nemen. Dat is in het hele leven zo, maar zeker ook als minister. Laat je voeden door specialisten en mensen die met hun poten in de klei staan.” En verder: “Vergeet niet te genieten als je een succesje hebt behaald, of een mooi debat hebt gehad.”