“Strak zijn op de inhoud, zacht op het proces”
Ank Bijleveld was van 1989 tot 2001 lid van de Tweede Kamer, waarna ze burgemeester van Hof van Twente werd. In 2007 werd ze als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Balkenende IV verantwoordelijk voor de staatshervormingen van de Nederlandse Antillen. Strak op de inhoud en zacht op het proces, dat was haar aanpak: “Onderhandelingen breng je tot een goed einde door elkaar te kennen en te praten over wat je beweegt.” Na een periode in Overijssel als commissaris van de Koning(in), werd ze in 2017 minister van Defensie in Rutte III. Ze slaagde erin voor het eerst sinds lange tijd geld erbij te krijgen voor Defensie. “We hebben ervoor gekozen eerst te investeren in het vertrouwen van de mensen.”
De rol van bestuurder zat er altijd al wel in, vertelt Bijleveld. “Ik denk dat ik altijd bestuurlijke trekken heb gehad, ook toen ik in de Tweede Kamer zat.” Na twaalf jaar lidmaatschap werd ze na een gemeentelijke herindeling de eerste burgemeester van Hof van Twente. “Een leuke rol, omdat je met een club kon bouwen aan het nieuwe ‘staan’ van zo'n organisatie en omdat ik van huis uit bestuurskundige ben.”
In 2007 werd Bijleveld gevraagd als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Ze was toen zeveneneenhalf jaar burgemeester. “Omdat ik de eerste burgemeester was, had ik mijn gemeenteraad beloofd dat ik het meer dan één periode zou doen.” Na overleg met mensen in haar directe omgeving antwoordde ze toenmalig premier en formateur Jan Peter Balkenende een dag later dat ze het wilde doen. Haar portefeuilleverdeling was helder, Bijleveld kreeg de onderwerpen verkiezingen, biometrie en paspoorten, en bovenal de Antillen en de staatskundige veranderingen daar: “Ik heb goed opgelet tijdens het constituerend beraad. Het was heel duidelijk dat ik alle Antillen-zaken zou doen.”
Strak op de inhoud, zacht op het proces
Bijleveld kende de eilanden op verschillende manieren. “Zowel uit de Kamer als persoonlijk - ik heb er familie wonen en ken de cultuur. Ik moest de staatkundige verandering tot een goed einde brengen. We moesten de Nederlandse Antillen opheffen en nieuwe landen en drie bijzondere gemeenten maken; zo stond het in het regeerakkoord. We hebben ontzettend veel wetgeving gemaakt; een stapel tot aan het plafond.”
Ze vertelt over haar aanpak: “Je kunt strak zijn op de inhoud, maar je moet zacht zijn op het proces, dat heb ik steeds voor ogen gehouden. We moesten samen de onderhandelingen laten slagen. Dat doe je door elkaar goed te kennen en te praten over wat je beweegt.” Het laatste driekwart jaar opereerde ze vanuit een minderheidskabinet van CDA en ChristenUnie, nadat de PvdA eruit was gestapt. “Ik moest toen veel koffiedrinken om steun te vergaren voor alle wetgeving die nog door de Kamer moest.” Ze omschrijft dat als een ‘nu-of-nooit-moment’. “Als dat niet gelukt was, was die hele verandering er denk ik niet meer van gekomen.”
Kleine staf
De nieuwe landen Aruba en Curaçao kregen een grote schuldsanering in het vooruitzicht gesteld. In ruil daarvoor moest er financieel toezicht komen; een belangrijk maar ook controversieel onderwerp in de onderhandelingen. “Het financieel toezicht en de strakkere politie-wetgeving waren lastige punten om voor elkaar te krijgen. Ik werd behoorlijk beveiligd als we daar waren. Er waren allerlei protestacties omdat men het een soort neokolonialisme vond. Maar welke gemeente in Nederland krijgt zoveel schuldsanering als daar? Wij vonden dat daar wat tegenover moest staan.”
"Als minister of staatssecretaris heb je niets aan mensen die alleen maar met je meepraten"
Ze werkte met een relatief kleine staf van mensen vanuit diverse departementen. “Een heel betrokken team waar we veel mee reisden en steeds overlegden over hoe we het gingen aanpakken. Dat heeft denk ik heel goed gewerkt.” Ze ervaarde in die tijd een prettige samenwerking met directeur-generaal Andrée van Es en waardeerde haar kritische houding. “Als minister of staatssecretaris heb je niets aan mensen die alleen maar met je meepraten. Het is juist belangrijk dat je kritisch een spiegel voorgehouden krijgt om te zien of je op de goede weg bent.” Ook met secretaris-generaal Jan Willem Holtslag werkte ze goed samen. “Doordat ik met beiden door een deur kon, kon ik voor verbinding zorgen. In het oude gebouw van Binnenlandse Zaken had je de minister aan de ene kant en de staatssecretaris aan de andere kant, met een grote gang ertussen. Veel mensen, bijvoorbeeld bestuursadviseurs, liepen vaak even binnen om te vragen hoe iets zat, en of het niet anders kon. Ik zorgde voor verbinding.”
Zonder balken, sterren en strepen
Hoe werd Bijleveld in 2017 als minister van Defensie gevraagd? “Ik was als commissaris van de Koning bij de Military in Boekelo, heel symbolisch. Sybrand Buma belde me. Het buitenlandse terrein was way out of my comfort zone, zei ik tegen hem.” Maar ze had ook een voordeel: “Ik ben de dochter van een beroepsmilitair, dus ik kende die wereld goed.” Omdat voorganger Hennis was afgetreden, wilde ze eerst weten hoe het departement ervoor stond. Daarom ging ze bij Buma langs. “Thuis bij Sybrand vroeg ik wat er allemaal was afgesproken, omdat ik wist dat er veel was gebeurd met het vertrouwen bij Defensie; er was jarenlang bezuinigd. Kon er weer geïnvesteerd worden? Dat bleek het geval.”
Als minister van Defensie moest ze aan de slag met het herwinnen van dat vertrouwen. “Het leek me interessant om te kijken of ik daaraan kon bouwen.” Ze volgde het advies van haar vader op om zonder generaals naast zich de organisatie te leren kennen. “Ik ben overal gaan praten, zonder balken, sterren en strepen. Zo hoorde ik snel veel over wat er aan de basis speelde. Er wordt altijd gezegd: ‘Defensie zit door het hele land, maar de minister zit met de staf aan het Plein.’ Ik dacht: ik moet zorgen voor de verbinding tussen Defensie in het land en de staf in Den Haag.”
"Ik steun jou en jij mij"
Een goede samenwerking
Bijleveld vond een goede samenwerking met staatssecretaris Barbara Visser belangrijk. “Ik ben zelf staatssecretaris geweest, daarom heb ik van het begin af aan gezegd: ‘Ik steun jou en jij mij. We hebben verschillende portefeuilles en die pakken we gezamenlijk op.’” Zo’n samenwerking vraagt om wederzijdse inspanning. “We hebben veel in elkaar geïnvesteerd.” Een passende taakverdeling is bovendien van groot belang. Bijleveld had eerder een constituerend beraad meegemaakt: de eerste formele bijeenkomst van een nieuw kabinet, waar die taakverdeling wordt vastgesteld. Ze wist dus hoe dat werkte. In dat beraad worden ook financiële afspraken gemaakt. “Een belangrijk moment, we konden daardoor nog net dat extra geld in onze begroting krijgen.”
De goede informatie krijgen
“Bij Defensie is het niet gegarandeerd dat de goede informatie bij de minister of staatssecretaris aan het Plein komt”, vertelt Bijleveld. Dat heeft verschillende oorzaken, legt ze uit. “De informatie is heel gecompartimenteerd; sommige dingen zijn zo geheim dat maar een paar mensen het weten.”
Ze zag soms de houding om ook voor de eigen minister dingen geheim te willen houden. “Het scheelt dat ik wat ouder was en veel ervaring had met leidinggeven in verschillende organisaties, ik kon er dus om vragen.” Ook lag goede informatie soms diep in de organisatie en bereikte het daarom de bewindslieden niet. “Er was een enorme uitvoeringsorganisatie met veel achterstallig onderhoud. Daar kon altijd iets gebeuren, in zowel personele als materiële zin. Je moet goed bouwen op de Commandant der Strijdkrachten; om te weten of het klopt wat is aangeleverd, ook in militaire adviezen en kijkend naar de internationale kant.”
Wat het voor haar als minister extra lastig maakte, was een gebrek aan ondersteuning. “Nu zijn er zes tot acht bestuursadviseurs voor een minister, ik had er destijds niet één. Er was bezuinigd op de staf om de operatie aan het werk te laten.” Het gebrek aan ministerstaf maakte het ook lastiger om over de juiste informatie te beschikken. “Je had een adjudant, in mijn geval een politiek adviseur, en pas later een bestuursadviseur of beleidsadviseur. Dus ik moest naar al die afdelingen kijken.” De nieuwe bewindslieden moesten dat zelf opnieuw organiseren. “Zodat we dingen konden uitzetten en kijken of de informatie goed was.”
Daarnaast vroegen andere terreinen om aandacht. “Het automatiseringssysteem was niet optimaal. Je kon niet met één druk op de knop informatie over chroom (kwestie over defensiepersoneel dat had gewerkt met verf dat te veel kankerverwekkend chroom-6 bevatte, red.) of Hawija (Nederlandse aanval op een IS-wapenfabriek in Irak, red.) uit de kast halen. We moesten veel achterstanden wegwerken.” Waar begin je dan? “We hebben er in eerste instantie voor gekozen om te investeren in het vertrouwen van mensen door de mensen-, middelen-, en manierenaanpak en de Defensienota.”
"Ik ben op allerlei plekken gaan kijken: hoe krijg ik de luchtmacht, landmacht, marine en marechaussee zover dat we met elkaar iets maken?"
Met elkaar iets maken
De nota die er al lag vanuit Defensie kon Bijleveld niet overnemen, want die stamde van voor de nieuwe budgettaire ruimte voor investeringen. Ze legde het stuk terzijde en startte een proces om gezamenlijk tot een nieuwe nota te komen. “Ik ben op allerlei plekken in het land gaan kijken: hoe krijg ik de luchtmacht, landmacht, marine en marechaussee zover dat we met elkaar iets maken? Ik zei dat we wat zij hadden terzijde gingen leggen: ‘We gaan met elkaar praten.’” Ze liet haar adjudant alle commandanten uitnodigen.
Met staatssecretaris Visser besprak ze de aanpak van dat gesprek. “Ik zei dat we zelf de vragen gingen maken waar we over gingen spreken op het terrein van mensen, middelen, manieren en hoe we wilden werken. ‘Ik ga de stellingen bij wijze van spreken zelf op een flipovervel schrijven en we nodigen ze uit zonder dat ze zich voorbereid hebben.’” Zo streefde Bijleveld een open gesprek na. “Ze komen gewoon als zichzelf: zonder annotaties en zonder staf.” In een driedaagse sessie bespraken ze de vragen en de stellingen. “Daarna hebben we een hele nieuwe Defensienota geschreven, waarin ze over hun eigen grenzen stapten en waar ze allemaal enthousiast over waren.” Het werd een toegankelijke nota: “Begrijpelijk voor iedereen, ook voor een soldaat in het land, waarin staat dat we weer investeren in mensen, middelen en manieren om samen te werken. Tot op de dag van vandaag vind ik dat een goede aanpak: een leesbare Defensienota.”
Vechten voor een veilige toekomst
Bijleveld wilde ook verder vooruitkijken en werkte met haar organisatie aan een visie voor Defensie voor het jaar 2035. Een inventarisatie van al het achterstallig onderhoud vormde daarvoor een basis, vertelt Bijleveld. “In de visie stelden we vast dat Defensie zeventien miljard tekortkwam voor modernisering. Van de automatisering, de apparatuur, de kazernes, werkende wifi, tot aan wat Defensie in de toekomst wil zijn.” De visie kreeg de aansprekende titel: ‘Vechten voor een veilige toekomst’.
Een directe claim van zeventien miljard euro lag politiek lastig, realiseerde ze zich. “Ik had al een keer extra geld binnengesleept om extra te investeren, omdat we niet aan de NAVO-vereisten voldeden, terwijl Mark Rutte wel zijn handtekening onder de Wales-akkoorden had gezet.” Daarin werd afgesproken dat lidstaten in 2024 twee procent van hun bruto nationaal product in Defensie moesten investeren. “En we hadden nog een keer extra geld gekregen bovenop wat er in het regeerakkoord stond.” Ze maakte een strategie om de financiën op de langere termijn goed te regelen. “We hebben dat met de operationele commandanten besproken: we snapten dat we niet voor zeventien miljard euro konden gaan, maar dat vier miljard euro het minimum was. Daarover hebben de operationele commandanten in dagblad Trouw een interview gegeven, samen met de Commandant der Strijdkrachten, in gevechtstenue op de gang.” Die aanpak heeft gewerkt. “Uiteindelijk is dat geld in verschillende programma's en het volgende regeerakkoord terecht gekomen als belangrijke extra stap. Inmiddels is die extra zeventien miljard euro bereikt.”
"We hadden een oude Nokia, want je voelde aan den lijve dat je werd afgeluisterd"
Een keerpunt
Dat extra budget vormde een keerpunt: voor het eerst in lange tijd werd er weer in Defensie geïnvesteerd. In de buitenwereld kantelde het beeld al eerder, ziet Bijleveld. “Oekraïne is van net daarna, maar Defensie heeft veel bijstand verleend tijdens corona. Toen zag je het belang groeien.” Ook in NAVO-verband tekende zich al langer een nieuwe realiteit af. “Zowel onder Biden als onder Obama trokken de Amerikanen zich terug naar een minder Europees georiënteerde positie. Ook de ondertekening van de Wales-akkoorden passen in een veranderend beeld, al werd dat in Nederland nog een tijd niet zo gezien. “De ernst werd pas gevoeld met de Oekraïne-inval.”
Binnen Defensie was de dreiging vanuit Rusland al langer duidelijk. In de Defensievisie stond de dreiging Rusland op één. De MH17 was neergehaald en de Krim al ingenomen: “Ik nam bijvoorbeeld nooit een smartphone mee naar de Baltische staten. We hadden een oude Nokia, want je voelde aan den lijve dat je werd afgeluisterd.” Ook fake news was al langer een probleem. “Daar waren de Russen al tijden mee bezig. Als je goed luisterde, was het al lang aan de gang. Alleen: wij pakten het niet op, dat vind ik nog steeds wonderlijk.”
Hier in Nederland waarderen we vrijheid vaak te weinig, vindt ze. “Als Commissaris van de Koning sprak ik tijdens de eerste Syrië-crisis met Syrische jongeren over waarom ze hier naartoe kwamen: ze waren hier vrij en konden stemmen. Als ik op het Plein mensen aansprak, vonden ze hun vrijheid heel vanzelfsprekend. Terwijl de raketten in Kaliningrad ons zo hadden kunnen bereiken.”
Samenwerken in teamverband
Ingrijpend tijdens haar ministerschap vond Bijleveld de politieke gevolgen van een Nederlands bombardement op een wapenfabriek in Hawija (Irak) in 2015, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. Dat gebeurde voor haar tijd: “Het bleek dat een van mijn voorgangers, Hennis, de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Ik was verantwoordelijk. Dan komt het aan op hoe je met je ambtenaren in teamverband samenwerkt. In dit geval met de Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer en SG Gea van Craaikamp. We hebben dat minutieus met elkaar voorbereid.” Toch viel dit onderwerp haar zwaar. “Burgerslachtoffers zullen er altijd vallen, dat zien we nu ook dagelijks, maar het is heftig om die verantwoordelijkheid te dragen. Ook voor Kamerleden is dat ingewikkeld; het waren harde, strakke, op de persoon gerichte debatten. Dat vind ik altijd ingewikkeld. Ik was verantwoordelijk, maar kon er niets aan veranderen.” Dan helpt het dat je op je een team kunt bouwen. “Ik hou ervan in teamverband goed te bespreken wat er aan de orde is geweest. Zien we de juiste dingen? Pakken we het goed op? Wie kunnen we het beste richting Kamerleden sturen om er nog eens over te praten? Hebben we de goede antwoorden?”
Als moeder kijken
Om te weten wat er destijds precies was gebeurd, ging ze naar Vliegbasis Leeuwarden om te praten met de vliegers, samen met haar adjudant, de politiek adviseur en de commandant van de luchtmacht. “Die mensen hadden hun werk goed gedaan; rustige mannen die op pad waren gestuurd. Zij en hun partners werden soms aangesproken op het schoolplein. Het zijn ervaringen die mensen heel diep raken. Je moet dan zo goed mogelijk met mensen praten om alle informatie te hebben.”
Naast de Hawija-kwestie speelde ook het dossier Kidal (Mali), waar haar voorganger Hennis op was afgetreden. “Eén van de eerste dingen die ik daarin moest doen was nadenken over de vraag of de mannen die daar zaten en inlichtingen verzamelden voor de vredesmissie MINUSMA weer de poort uit konden. Hebben we voldoende veiligheidsgaranties?” Samen met Rob Bauer ging ze in 2018 naar Mali. De veiligheid van voorzieningen voor zieken en gewonden was bijvoorbeeld belangrijk. Ze sprak met een arts en regelde bij de VN een ambulancehelikopter. Daarna kon ze de Kamer vertellen dat ze het voldoende veilig vond om Nederlandse militairen daar hun werk te laten doen. Vaak waren dat jonge mensen. “De luitenant die het commando had, was 26; jonger dan mijn eigen kinderen toen. In de Kamer heb ik gezegd dat ik er als moeder naar heb gekeken: zou ik mijn eigen kinderen op pad sturen?”
De val van Kabul
Een ander moeilijk moment was de val van Kabul op 15 augustus 2021. De Afghaanse hoofdstad werd veroverd door de Taliban en de Islamitische Republiek Afghanistan viel. Uit binnen- en buitenland moesten er mensen geëvacueerd worden. “We hebben samen met de Duitsers en Fransen de Amerikanen naar de timing gevraagd. De afspraken waren tenslotte together in, together out; een beroep op artikel 5 van de NAVO.” De Nederlandse militairen waren al grotendeels weg, vertelt Bijleveld. “We zaten alleen nog in Mazar-i-Sharif.” Maar het ging ook om bijvoorbeeld de tolken en het ambassadepersoneel. “De beelden van de mensen die weg wilden, waren verschrikkelijk.”
Sociale media en ‘een stroom aan appjes’ wakkerden de emoties verder aan. “Je krijgt dan een enorm chaotische situatie die je goed moet regelen, ook bij Buitenlandse Zaken. Je ziet dan wat sociale media en smartphones doen, dat zou je twintig jaar daarvoor niet hebben geweten of gezien. De emoties zouden dan ook anders zijn geweest.”
Er volgde veel kritiek op de wijze van evacueren, maar Defensie had daar wel degelijk op geanticipeerd, zegt Bijleveld. “We hadden alle tolken in beeld, ondanks wat de Kamer zei.” De Tweede Kamer toonde weinig interesse in de Defensie-kant van het verhaal, ervaarde Bijleveld. “Ik vond het raar dat de Kamer destijds de commando's niet heeft uitgenodigd om hun kant van het verhaal te vertellen. Zij hadden het werk gedaan. Dat is een keuze geweest.” Bijleveld had de commando’s al bereid gevonden om onherkenbaar hun verhaal te vertellen. Maar ze snapt die emoties in de Kamer ook wel. “‘Leven en dood’ is een zware verantwoordelijkheid. Het is niet te onderschatten wat een minister van Defensie moet dragen. Ik heb daar van tevoren over nagedacht. Voor de Kamer is dat ingewikkelder, met alle beelden en alles wat ze eromheen zagen. Daarnaast is de Nederlandse volksaard dat we overal wat van vinden, ook al kunnen we er niets aan doen of veranderen.”
Achteraf is dat een bittere pil: “Ik denk dat bijna niemand weet dat we by far meer mensen uit Afghanistan hebben teruggehaald dan iemand ooit had kunnen bedenken. Dat is uit die evaluaties en het onderzoek gekomen, maar dat is dan geen nieuws meer.”
Uiteindelijk leidde de situatie rondom de evacuatie uit Afghanistan in september 2021 tot het aftreden van minister Kaag van Buitenlandse Zaken, en een dag later volgde Bijleveld. “Uiteindelijk ben ik net iets eerder afgetreden dan dat het hele kabinet is weggegaan.” Bijlevelds overweging daarbij was als volgt: “Ik kon weinig meer betekenen voor mijn mensen; het zou te omstreden zijn. In the end denk ik niet dat aftreden nodig was, maar soms gaat het zo in politieke zin.”
"Vertrouw de ambtenaren en werk daar goed mee samen. Investeer in goede teams"
De rol van sociale media
Hoe heeft Bijleveld de opkomst van sociale media ervaren? “Ik denk dat de hele hype rondom het plaatsen van sociale media-posts zonder informatie of feiten het werk erg heeft veranderd.” Ze kijkt terug op een lange periode in Den Haag, die in 1989 startte. “We hadden in die tijd niet eens mobiele telefoons. Als je ergens in het land was, had je een pieper mee, want je moest op een Kamerdag binnen drie uur in Den Haag zijn om te stemmen.” Een heel andere dynamiek dan met de huidige sociale media, waar van alles makkelijk op geplaatst wordt. “Je moet een dikke huid ontwikkelen.” Ook inhoudelijk geven sociale media een extra dimensie aan het werk. “Er komen allemaal opvattingen bij die lang niet altijd ergens op gestoeld zijn. Wat doe je dan? Je probeert de inhoud en feiten zo goed mogelijk aan te geven. En je moet rekening houden met wat eromheen gebeurt. Het maakt het werk van bestuursadviseurs en politiek adviseurs lastig, je kan het niet allemaal volgen.”
Keep calm
Wat zou Bijleveld nieuwe bewindspersonen willen meegeven? “Keep calm en kijk goed naar de feiten. Vertrouw je adviseurs. Vertrouw ook de ambtenaren en werk daar goed mee samen. Investeer in goede teams.”
Als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken heeft ze ervaring met een minderheidskabinet, nadat de PvdA uit het kabinet-Balkenende IV stapte. Haar advies voor het Kabinet-Jetten: “Je moet wisselgeld hebben. Eerst zelf nadenken en daarna snappen wat anderen willen, waar je wat kunt geven en hoe je tot een meerderheid komt. De rust bewaren is vooral belangrijk. Ik hoop dat mensen op een nette manier met elkaar omgaan en inhoudelijk proberen te kijken naar wat iemand zegt en wat daarachter zit. Dat zou ik Nederland gunnen. Laat ook de feiten weer eens spreken. Dat lijkt me ook belangrijk.”
