Eimert van Middelkoop (ChristenUnie, 2007–2010) leidde Nederland door de missie in Uruzgan, die uiteindelijk het kabinet deed vallen. Ank Bijleveld (CDA, 2017–2021) erfde een uitgehold defensieapparaat en zag zich geconfronteerd met de val van Kabul. Beiden werden geïnterviewd voor ‘De top kijkt om’. Wat zeggen hun ervaringen over het ministerschap van defensie? En welke lessen hebben zij? In dit artikel delen we de rode draden van hun ervaring: over vertrouwen, de spanning tussen internationale en nationale politiek en de menselijke maat van een ambt.  

Je eigen niche vinden 

Van Middelkoop omschrijft hoe hij zijn 'niche' moest vinden naast militairen die elkaar al decennia kennen. Zijn rol was niet die van inhoudelijk expert, maar van politiek leider: besluiten nemen en verantwoordelijkheid dragen. Bijleveld pakte het anders aan: ze ging 'zonder balken, sterren en strepen' de organisatie door - op advies van haar vader, zelf beroepsmilitair - om te horen wat er aan de basis leefde. Beiden kwamen tot dezelfde conclusie: je hoeft de militaire kennis niet te evenaren, als je maar weet wat er speelt. 

Vertrouwen als hoeksteen 

Het thema dat door beide interviews heen loopt is vertrouwen, in twee richtingen. Van Middelkoop beschrijft hoe hij zijn directeur Beleid frontaal vroeg of een dossier klopte, en het antwoord 'jij moet erop vertrouwen dat wat we je aanleveren waar is' omschrijft als een hoogtepunt. Bijleveld ervaart de keerzijde: informatie bij Defensie is gecompartimenteerd en bereikte de bewindslieden niet altijd. Haar remedie: actief vragen stellen, de organisatie in trekken, en kritische adviseurs verwelkomen. 

All politics is local 

Van Middelkoop leent zijn interviewtitel All policts is local van een Amerikaans gezegde: de minister van Defensie opereert internationaal, maar wordt afgerekend door de binnenlandse politiek. Het kabinet viel niet omdat de missie mislukte, maar omdat de PvdA de verlenging blokkeerde. Bijleveld ervaart hetzelfde bij Kabul: terwijl Defensie meer mensen evacueerde dan ooit werd erkend, bepaalden de beelden op sociale media het debat. 'Bijna niemand weet dat we by far meer mensen hebben teruggehaald dan iemand had kunnen bedenken.'  

De Kamer altijd informeren 

Beiden zijn principieel over transparantie richting de Tweede Kamer. Van Middelkoop: 'Je houdt nooit iets geheim, nooit.' Dat botste soms met zijn militaire staf, maar hij hield vast. Bijleveld erfde het Hawija-dossier juist omdat een voorganger de Kamer onvolledig had geïnformeerd. Ze weet dus uit ervaring wat het kost als dat vertrouwen beschadigd raakt. In moeilijke debatten vroeg ze steeds: zien we de juiste dingen, hebben we de goede antwoorden? 

Teamwork als overlevingsstrategie 

Geen van beiden doet het alleen. Van Middelkoop smeedt het 3D-team met Verhagen en Koenders - Diplomacy, Defence, Development - en creëert een wekelijkse overlegstructuur tussen drie ministeries die later als voorbeeldig wordt gezien. Bijleveld begint haar ministerschap met een expliciete afspraak met staatssecretaris Visser: 'Ik steun jou en jij mij.' Ze schrijft samen met alle operationele commandanten een nieuwe Defensienota. Niet door een bestaand stuk over te nemen, maar door iedereen zonder annotaties en staf aan tafel te brengen. Het resultaat is een nota waar ze tot op de dag van vandaag trots op is. 

Het ambt verandert je blik 

Beiden zijn door het ministerschap fundamenteel anders gaan kijken naar vrijheid en veiligheid. Van Middelkoop leerde hoe kwetsbaar internationale reputatie is. Bijleveld stond in een Defensievisie die de dreiging vanuit Rusland al op één zette, terwijl Nederland er maatschappelijk nauwelijks bij stilstond. Ze nam nooit een smartphone mee naar de Baltische staten. 'Je voelde aan den lijve dat je werd afgeluisterd.'  

Tot slot 

Van Middelkoop en Bijleveld verschillen in stijl en context, maar hun lessen overlappen sterk. Bijleveld verwoordt het kernachtig: 'Keep calm en kijk goed naar de feiten. Vertrouw je adviseurs. Investeer in goede teams.' Van Middelkoop voegt er impliciet aan toe: en vergeet nooit dat de binnenlandse politiek het laatste woord heeft, ook als je weet dat het internationale belang groter is. 

Meer weten?   

De top kijkt om   

Voor De top kijkt om worden oud-ministers en oud-topambtenaren bevraagd over hun ervaringen. Houd de LinkedIn-pagina van Kennis van de Overheid in de gaten voor de publicatie van nieuwe gesprekken.    

De top kijkt om is een initiatief van het programma Kennis van de overheid (ministerie van BZK). Het project heeft vorm gekregen in nauwe samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht en het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit.