Organisaties nemen gedurende het jaar nieuwe medewerkers aan en andere medewerkers vertrekken. Het saldo van de in- en uitstroom bepaalt of de omvang van de organisatie gelijk blijft, groeit of afneemt. Door de instroom en uitstroom voor alle organisaties binnen een sector bij elkaar op te tellen, ontstaat het beeld van de mobiliteit op sectoraal niveau. Mobiliteit tussen werkgevers binnen de sector wordt daarbij niet meegeteld.
Invloed van de economie op mobiliteit bij de overheid
De arbeidsmobiliteit wordt beïnvloed door de economische conjunctuur. In tijden van hoogconjunctuur (periode met zeer veel economische activiteit, weinig werkloosheid en forse bestedingen) is er vaak sprake van meer baanwisselingen. In tijden van economische laagconjunctuur (tijd waarin het slecht gaat met de economie die zich kenmerkt door een hoge werkloosheid, een geringe economische bedrijvigheid en een voorzichtige bestedingsneiging onder de consumenten) en crises, blijven medewerkers langer op hun plek zitten. Bij de overheid spelen ook politieke doelstellingen een rol: in tijden van bezuinigingen worden er minder nieuwe mensen aangenomen en krimpt de organisatie door natuurlijk verloop.
Instroom personen (%)
De bovenstaande figuur (Instroom personen (%)) laat zien dat de instroom van nieuwe medewerkers in de afgelopen periode hoog is geweest. Gemiddeld was de jaarlijkse omvang van de instroom rond de 8 procent van het totale personeelsbestand. In vrijwel alle sectoren is sprake van een stijging van de instroom in de afgelopen 10 jaar, maar er lijkt sinds 2024 sprake van een kentering en zien we een lichte daling, vooral in het jaar 2025. In 2025 was de gemiddelde instroom ongeveer 10 procent. In vergelijking met 10 jaar geleden is dat nog altijd een verdubbeling van het instroompercentage.
De rechterlijke macht en de politie kennen een lagere instroom dan veel andere sectoren, respectievelijk 5,0 en 7,8 procent van het personeelsbestand in 2025.
DATA 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Rijk 5,8 5,8 7,5 9,8 10 9,2 10,9 12,1 11,6 9,3 Gemeenten 5,6 7,5 8,2 9,1 9,3 9,2 11,2 12,4 11,4 10,4 Provincies 4,2 6,7 7,7 9,8 10 10,1 11,1 11,7 11,8 13,4 Waterschappen 4,6 6,2 8,3 8,9 8,8 8,2 9,9 10,8 11,6 10,3 Gemeenschappelijke Regelingen 6,9 7,8 9,6 9,6 10 10 12,1 12,3 12 11,4 Rechterlijke Macht 1,2 7,2 3,2 4 4,8 5,1 5,2 5,6 4,7 5 Defensie 4,5 5,6 10,5 10,6 10,2 9,7 9,1 11,4 12,7 13,1 Politie 3,4 2,9 4,2 4,7 4,8 6,1 5,9 6,4 8 7,8
Uitstroom personen (%)
De redenen om bij een werkgever te vertrekken zijn heel divers. Medewerkers gaan met pensioen of vertrekken naar een baan ergens anders. Daarnaast kunnen medewerkers die langdurig ziek zijn arbeidsongeschikt raken. En er zijn medewerkers waarvan het contract niet wordt verlengd of die ontslagen worden. Nieuwe medewerkers kunnen afkomstig zijn van een opleiding, komen van een andere werkgever, waren werkloos of inactief zonder uitkering.
Het aantal medewerkers dat vertrok was in de afgelopen jaren kleiner dan het aantal dat nieuw werd aangetrokken. Dat verklaart waarom de overheid in deze periode (2016 - 2025) sterk is gegroeid, zie daarvoor ook de pagina over de omvang van het personeelsbestand in deze sectie van de website.
In de bovenstaande figuur (Uitstroom personen (%)) is te zien dat de gemiddelde uitstroom van medewerkers in de betreffende periode 6,4 procent van het totale personeelsbestand betreft, met sectorale variaties. Net als bij de instroom zichtbaar was, laat ook hier de rechterlijke macht iets lagere cijfers zien dan de rest van de sectoren.
Bij de gemeenschappelijke regelingen was de uitstroom in de afgelopen jaren verhoudingsgewijs hoog.
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Rijk 5,7 5,2 5,5 5,8 5,9 5,6 6,7 6,9 6,9 6,7 Gemeenten 5,5 6 6,6 6,6 6,6 7,2 8,4 8,1 7,9 7,5 Provincies 5,9 6 6,7 7,1 6,7 7,1 8,4 9,2 8,8 7,8 Waterschappen 4,6 4,8 5,8 5,8 5,9 6,3 7,4 7,3 6,9 7,5 Gemeenschappelijke Regelingen 5,8 6,5 7,2 7,7 7,8 8,6 10,6 10,5 9 9,3 Rechterlijke Macht 3,7 2,5 3 3,7 3,9 3,7 3,1 4 4,2 4,3 Defensie 7,2 7,2 8,6 7,9 7,4 8,1 8,8 8,2 7,1 7,2 Politie 3,2 4,1 4,3 4,5 4,5 5,6 6,4 6,6 6,2 5,7
Aandeel vrouwen van totale instroom (%)
Het aandeel van vrouwen in de instroom van nieuwe medewerkers is in een flink aantal sectoren meer dan 50 procent, dit zijn ook de sectoren waar de meerderheid van het personeelsbestand uit vrouwen bestaat.
Traditioneel kennen de sectoren defensie en in iets mindere mate politie en waterschappen minder vrouwelijke personeelsleden. De waterschappen hebben taken die veel technische functies nodig maken, functies die van oudsher veel meer door mannen dan vrouwen worden uitgevoerd. Over de gehele linie werken er meer vrouwen bij de overheid dan 10 jaar geleden.
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Rijk 54,7 53,2 53,4 53 55,3 55,1 57,1 57 54,7 52,8 Gemeenten 57,4 58,1 56,7 58,2 57,8 57,6 59,9 58,9 58,4 57,4 Provincies 45,2 49,5 49,4 51,4 47,4 52,2 52,7 53,5 52,3 52,2 Waterschappen 34,5 36,4 38,1 39 34,7 35,7 39 42,4 38,9 38,3 Gemeenschappelijke Regelingen 58 58,1 59,1 59,2 62,3 60,4 61,2 61,5 58,3 58,6 Rechterlijke Macht 47,6 68,5 63,2 54,9 61,8 51,3 59,8 65,1 64,2 64,1 Defensie 17,2 18,7 20,3 20,8 22,2 21,6 24,4 24,6 25 23,9 Politie 41,2 40,8 42 41,8 45,2 44,6 44,4 45,6 49,7 50,2
Aandeel personen met niet-westerse migratieachtergrond van totale instroom (%)
Bij het Rijk en de gemeenten is het aantal medewerkers met een niet-westerse migratieachtergrond in de periode 2017 tot en met 2021 hoog en toegenomen. De andere sectoren laten op een lager niveau een wat wisselender beeld zien.
Vanaf 2023 wordt een nieuwe definitie gehanteerd. De overgang tussen de oude en de nieuwe definitie is groot, dus beginnen we voor het jaar 2022 in de onderstaande figuur met het eerste jaar van een nieuwe tijdreeks.
DATA 2017 2018 2019 2020 2021 Rijk 16,9 17,8 18,7 18,5 18,9 Gemeenten 14,6 15,2 15,2 16,3 17,6 Provincies 6,1 6,8 9,8 6,8 7,3 Rechterlijke Macht 3,5 * 8,3 9 9,8 Waterschappen 4,8 5,1 5,7 4,2 6,6 Gemeenschappelijke Regelingen 6,3 7,6 7 8,6 7,9 Defensie 5,7 Politie 13,9 12,9 9,6 10,4 10,5
Aandeel personen met Buiten-Europese herkomst van totale instroom (%)
Het aandeel medewerkers met een Buiten-Europese herkomst in de instroom van nieuwe medewerkers is bij het Rijk en de gemeenten in 2025 hoger dan in de overige sectoren: bij het Rijk betreft het een kwart van de totale instroom, bij de gemeenten 1 op de 5 instromers. Deze cijfers zijn gebaseerd op de nieuwe definitie van het CBS.
De ontwikkeling van 2022 tot en met 2025 laat zien dat het aandeel medewerkers met een Buiten-Europese herkomst in de instroom min of meer stabiel is.
2022 2023 2024 2025 Rijk 23,7 24,9 24,5 24,6 Gemeenten 20,1 19,6 19,3 20,1 Provincies 9,8 10,9 10,9 12,4 Rechterlijke Macht 12,1 10,1 10,2 Waterschappen 8,2 7,6 8,9 9,3 Defensie Politie 12,2 11,6 11,7 11,5 Gemeenschappelijke Regelingen 12,5 12,1 12 12,2