Op deze pagina worden cijfers getoond over de inhuur van extern personeel bij het Rijk en bij gemeenten, provincies en waterschappen. De cijfers zijn door de sectoren zelf verzameld waardoor de definities en berekeningswijze niet voor alle sectoren identiek zijn. 

Personeelskosten Rijksoverheid

(in miljoenen euro)

De salarisuitgaven in 2025 bedroegen 15,4 miljard euro, een stijging van 7,4 procent ten opzichte van 2024. De groei is minder dan in de voorgaande jaren, in 2023 en 2024 stegen de personeelskosten met respectievelijk 10,2 en 13,4 procent. Deze uitgaven stegen in de afgelopen 5 jaar met 45,8 procent (van 10,5 naar 15,4 miljard euro). Deze stijging komt vooral door de toename van het aantal fte in combinatie met de loonstijging door de cao-akkoorden in 2022 en 2024 (bron: CAO Rijk).

Aandeel uitgaven aan externe inhuur t.o.v. uitgaven personeel (%)

De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk licht dit als volgt toe: In 2025 bedroegen de totale uitgaven aan externe inhuur 3,27 miljard euro. Dit is 13,1 procent van de totale personele uitgaven. De zogenaamde Roemernorm schrijft een maximum voor van 10 procent voor het aandeel externe inhuur in de totale personele uitgaven (bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025). 

Veel rijksbreed opererende uitvoeringsorganisaties maken gebruik van een flexibele schil om efficiënt om te kunnen gaan met fluctuerende opdrachtportefeuilles. Daarom komt een normoverschrijding vaak voor. Daarnaast is inhuur van specialistische (ICT-) kennis nodig. Mede door de krapte op de arbeidsmarkt is het lastig deze specialisten in dienst te krijgen. In de departementale jaarverslagen staan inhoudelijke toelichtingen op de normoverschrijdingen. 

In de jaarrapportage hanteert men een andere noemer dan andere overheden die elders aan de orde komen op deze pagina. Provincies, gemeenten en waterschappen delen door het totaal van de loonsom + uitgaven aan externe inhuur.  Wanneer diezelfde berekeningswijze wordt gehanteerd voor het rijk, dan zou men in 2025 uitkomen op een percentage van 17,6 procent.

Aandeel uitgaven gemeenten aan externe inhuur t.o.v. uitgaven personeel (%)

Bij alle gemeenten gezamenlijk, kenden de uitgaven aan externe inzet ten opzichte de totale uitgaven aan personeel in 2023 een van piek 18,4 procent. In de jaren daarna is dit aandeel gedaald, naar 16,1 procent in 2025. Bij de G4 was er al sinds 2022 sprake van een afname het aandeel externe inzet. In 2025 is de definitie van externe inzet in de Personeelsmonitor Gemeenten aangepast. Onder externe inzet vallen nu uitzendkrachten, gedetacheerden, payrollmedewerkers en sommige zzp’ers die tijdelijk voor de organisatie werken. De cijfers voor 2025 zijn mogelijk minder goed te vergelijken met eerdere jaren (bron: Personeelsmonitor Gemeenten 2025, A&O fonds Gemeenten).

Aandeel uitgaven provincies aan externe inhuur t.o.v. uitgaven personeel (%)

De provincies zijn de enige sector waar het inhuurpercentage in de afgelopen jaren vrijwel onafgebroken daalde. In 2017 was dit percentage fors hoger, in 2025 kwamen de provincies uit op 15,4 procent van de totale uitgaven aan personeel (bron: Personeelsmonitor Provincies 2025, A&O fonds Provincies).

Aandeel uitgaven waterschappen aan externe inhuur t.o.v. uitgaven personeel (%)

Bij de waterschappen is het aandeel van de inhuur in de totale uitgaven aan personeel in de afgelopen jaren gestegen. Die trend lijkt inmiddels doorbroken, in 2025 was er sprake van een lichte daling, naar 22,1 procent (bron: HR-monitor Sector waterschappen 2025 en eerdere jaren, A&O fonds Waterschappen).

Loonsom overheid (raming in miljoenen euro)

Bij de rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen nam de loonsom in de afgelopen jaren duidelijk toe. Die toename is het gevolg van zowel de groei van het aantal voltijd banen als van loonstijgingen afgesproken in de cao's (bron: Ministerie van BZK, 2025).