Bronnen en definities

Bronnen

  • ABP: Hieruit komen de gegevens over de personeelsopbouw, samenstelling en lonen. De aantallen betreffen de stand ultimo van het jaar. De sectoren zijn exclusief cao volgers. Omdat zowel de onderliggende bron, de extractiedatum en de berekeningen anders kunnen zijn dan door de sector gebruikt, kunnen verschillen optreden tussen de hier gerapporteerde kengetallen en die van de sector.
  • BRP: Voor de informatie over de migratieachtergrond (tot en met 2017).
  • CBS: Voor de informatie over de migratieachtergrond (vanaf 2018).
  • UWV: Voor de informatie over de sociale zekerheid.

Bijzonderheden bij de sectoren

  • Rijk: Voor de aantallen fte is gebruik gemaakt van P-Direkt.
  • Gemeenten, provincies, waterschappen: exclusief het personeel in de gemeenschappelijke regelingen.
  • Defensie: de cijfers zijn vanaf 2018 door Defensie aangeleverd, met uitzondering van de tabellen in hoofdstuk 4 en 5. De vermelde aantallen zijn exclusief reservisten bij Defensie. Voor de instroom en uitstroom getallen geldt niet dat men tenminste 182 dagen in dienst moet zijn (geweest) om mee te tellen. De uitkomsten vanaf 2018 zijn daarom niet vergelijkbaar met de voorgaande jaren. Voor de cijfers over de niet-westerse migratieachtergrond is voor het jaar 2017 gebruik gemaakt van de CBS maatwerk publicatie die in opdracht van Defensie is uitgevoerd. Deze cijfers ontbreken vanaf 2018.
  • Politie: de aantallen zijn exclusief de Politie Academie, maar inclusief de rijksrecherche.

Waar aantallen onder de 5 komen, is vanwege de privacy de cel met een * gevuld. De totalen zijn daarna aangepast.

Definities

Aantallen

De hier vermelde aantallen betreffen de personen die ultimo het jaar in dienst zijn bij een werkgever van de sector. Werkgevers die de cao van de sector volgen (d.w.z. de werkgever past de CAO toe, maar een verplichting daartoe is er niet), worden niet meegenomen.

AOW-leeftijd / pensioenleeftijd

De leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat. AOW staat voor Algemene Ouderdomswet. Deze wet regelt het basispensioen van de overheid. De AOW-leeftijd is afhankelijk van de geboortedatum.

Contractloon

Het brutoloon voor zover dit voortvloeit uit voor alle werknemers geldende cao-afspraken. Globaal: het salaris, de eindejaarsuitkering, eenmalige uitkeringen en de vakantie-uitkering.

Contractloonontwikkeling

Op basis van de beschikbare cao’s wordt de mutatie in het contractloon vermeld. Bij contractloonontwikkeling op jaarbasis wordt het effect van de mutatie voor het jaar waarin ze optreedt gecorrigeerd voor de geldigheidsduur in het jaar. De rest van het effect van de mutatie wordt het volgend jaar in aanmerking genomen (overloopeffect).

Deeltijd

Van deeltijd is sprake als niet de volledige gebruikelijke arbeidsduur per week gewerkt wordt. Als grens voor de berekening is 35 uur gebruikt (CBS definitie), dat is een deeltijdfactor van 0,972 voor een 36-urige werkweek. De gebruikelijke werkweek is niet in alle sectoren gelijk. De omvang van een volledige werkweek per sector bedraagt als volgt: Openbaar bestuur: de sectoren Rijk, Gemeenten, Provincies, Waterschappen en Rechterlijke Macht: 36 uur per week. De sector Defensie kent een werkweek van 38 uur. Bij Defensie kent alleen het burgerpersoneel een deeltijdaanstelling. Het militair personeel kan geen aanstelling in deeltijd krijgen. Zij kunnen wel gebruik maken van deeltijdverlof. Bij de sector Politie geldt een werkweek van 36 uur, met de keuze 38 of 40 uur te mogen werken.

Deeltijdfactor

De deeltijdfactor geeft aan welk deel van de volledige gebruikelijke arbeidsduur een persoon werkzaam is. De hier vermelde deeltijdfactor is de deeltijdfactor van de pensioenopbouw. Bij bepaalde regelingen zoals PAS (Partiële Arbeidsparticipatie Senioren Regeling) of generatiepact (oudere werknemers gaan minder werken, in plaats daarvan worden jongere werknemers aangenomen), loopt de pensioenopbouw voor 100% door terwijl de arbeidsduur wel wordt verminderd.

Fte

Een afkorting van fulltime-equivalent, is een rekeneenheid waarmee de omvang van een dienstverband of de personeelssterkte kan worden uitgedrukt. Een persoon die de volledige gebruikelijke arbeidsduur per week werkzaam is wordt als één fte geteld.

Gemeenschappelijke regelingen

Zijn samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, provincies en/of waterschappen. De rechtsvorm van de gemeenschappelijke regelingen is ontleend aan de Wet op Gemeenschappelijke Regelingen.

Hoogste 10% jaarinkomen

De groep die tot de hoogste 10% behoort van het voltijd bruto jaarinkomen binnen de sector. In de tabel staat het gemiddelde jaarinkomen van deze groep. Van deze groep wordt tevens vastgesteld wat het percentage vrouwen is.

Instroom

Het aantal en aandeel nieuwe werknemers dat gedurende het verslagjaar in dienst is getreden in de sector. Instroom bij een andere werkgever in dezelfde sector wordt niet als instroom geteld. Een persoon wordt alleen tot instroom gerekend als deze meer dan 182 dagen in dienst is (geweest). Het percentage wordt berekend over het totaal van de personen die in het jaar in dienst is (geweest), dus niet op basis van het aantal dat ultimo het jaar in dienst is.

Laagste 10% jaarinkomen

De groep die tot de laagste 10% behoort van voltijd bruto jaarinkomen binnen de sector. In de tabel staat het gemiddelde jaarinkomen van deze groep.

Loonsom

Voor het bepalen van de loonsom is gebruikt gemaakt van de loonopgaaf van december. Met behulp van die opgave is een raming gemaakt van de totale loonsom in de sector. Deze geraamde loonsom is inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en eventueel andere specifieke sectorale looncomponenten, ook incl. werkgeverspremies: ABP, WIA, e.d. De loonsom is niet gecorrigeerd voor de inflatie.

Pensioenen

Vanaf de eerste dag van de maand waarin een werknemer 60 wordt kan deze kiezen voor het ABP keuze pensioen (AKP). Dit biedt de mogelijkheid om vanaf die datum geheel of gedeeltelijk met prepensioen te gaan tot de AOW-datum. De genoemde aantallen bij pensioen betreffen de personen die volledig met werken zijn gestopt, inclusief de personen die voor hun AOW-leeftijd zijn gestopt. De gemiddelde pensioenleeftijd is berekend over alle personen die voor het eerst gebruik maken van (AKP)pensioen. Bij het aantal personen dat doorwerkt na AOW-leeftijd, is de grens gebruikt van langer dan 40 dagen doorwerken na bereiken AOW-leeftijd. Het aantal betreft alle personen die doorwerken in het desbetreffende jaar.

Personen met niet-westerse migratieachtergrond

Persoon waarvan één of beide ouders zijn geboren in een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika, Azië (excl. Indonesië en Japan) of in Turkije (volgens CBS definitie). Bij de berekeningen voor percentage in- en uitstroom, zijn personen waarvan de herkomst onbekend is, niet meegenomen in de noemer. Vanaf 2018 zijn de cijfers van het CBS (via remote access) afkomstig. In de loop van 2022 komt een nieuwe definitie, welke in de volgende jaargang toegepast zal worden.

Uitkeringsbedrag (WW en WIA)

De som van alle uitkeringen gedurende het verslagjaar. Dit bedrag is inclusief de vakantietoeslag, maar exclusief het bovenwettelijke, nawettelijke deel.

Uitstroom

Het aandeel werknemers in dienst die in het verslagjaar de sector hebben verlaten. Overgang naar een andere werkgever binnen dezelfde sector wordt niet als uitstroom geteld. Een persoon wordt alleen tot uitstroom gerekend als deze meer dan 182 dagen in dienst is (geweest). Het percentage uitstroom wordt berekend op het gemiddelde van het totaal aantal personen dat ultimo het huidige en het voorgaande jaar in dienst is.

Voltijd bruto jaarinkomen

Het uitgangspunt voor het voltijd bruto inkomen is het pensioengevend inkomen. Dit jaarinkomen wordt afgeleid van het maandsalaris en opgebouwde aanspraken vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering van de maand januari op voltijdsbasis. Loonstijgingen die in de loop van jaar plaatsvinden (cao en periodiek) worden pas een jaar later meegenomen.

Vroeg- of prepensioen

De aantallen en FTE bij prepensioen betreffen de personen die al dan niet volledig met werken zijn gestopt voordat hun AOW-leeftijd was bereikt (tenminste 30 dagen daarvoor). De aantallen betreffen de personen die in het desbetreffende jaar starten met vroegpensioen.

WAO

Met ingang van 1 januari 1998 is voor Overheid en Onderwijs de WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) ingevoerd. Op 1 januari 2006 maakte de WAO plaatst voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Hierdoor wordt de groep personen met een WAO-uitkering steeds lager (door uitstroom, bereiken AOW-leeftijd, overlijden).

WIA (WGA en IVA)

Op 1 januari 2006 (formeel op 29-12-2005) is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) in werking getreden. In geval dat een werknemer langer dan 2 jaar ziek is, kan de WIA-uitkering aangevraagd worden als men door ziekte niet of minder kan werken. De wet bestaat uit twee delen: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

WW

Via de werkeloosheidswet (WW) ontvangen werkloze personen een uitkering. Een uitkering wordt als instroom aangemerkt als een uitkering in de verslagperiode wordt aangevraagd en verkregen. Voornamelijk in de WW is het mogelijk dat één persoon meerdere keren in een jaar een uitkering aanvraagt en krijgt, die nieuwe uitkeringen worden afzonderlijk geteld. Het is ook mogelijk dat één persoon meerdere keren in het jaar uitstroomt; die beëindigde uitkeringen worden afzonderlijk geteld.