Invechten en bijven opletten

Interview met Rita Verdonk
Titel: Invechten en blijven opletten

Eigenlijk op alle fronten die u noemt.

Ik moest natuurlijk een samenwerkingsrelatie
opbouwen met Piet-Hein Donner, met de andere

minister, die zichzelf dé minister achtte.

Wat ik me ook heel goed kan voorstellen, want
er was altijd maar één minister van Justitie.

En ja, je hebt een ministerstaf.

Alle aandacht in die ministerstaf gaat uit
naar dé minister van Justitie.

Dus daar moet je je invechten.

Je krijgt dan wel een directeur-generaal,
een aantal directeuren die allemaal op hetzelfde

vlak werkzaam zijn.

Tenminste, dat was zo voor Vreemdelingenzaken.

Integratie was natuurlijk helemaal een vreemde
eend in de bijt, want dat was nog nooit…

Nee, helemaal niet, dat was helemaal nooit
bij Justitie geweest, dus dat was ook al heel

apart.

Dus eigenlijk was je overal bezig om je positie
te bevechten.

Een voorbeeld, we hadden… het geld moest
natuurlijk verdeeld worden ook en op een gegeven

moment vind ik een dossier in mijn tas,
eigenlijk een dossier van Donner.

Ik dacht: hè, een dossier van Donner bij
mij in mijn tas?

Ja, effe kijken natuurlijk waar het over gaat.

Bleek dus dat ongeveer de helft van het geld
wat ik zou krijgen voor vreemdelingenbewaring,

werd overgeboekt naar de minister van Justitie,
want die had een probleem met de bolletjesslikkers.

Dus in plaats van grensbewaking werd het aan
de bolletjesslikkers uitgegeven.

Ik heb dat meerdere keren tijdens mijn ministerschap
gehad, toch zo’n soort engeltje op mijn

schouder dat ik ineens dossiers vond die niet
van mij waren, maar waarvan ik wel dacht van,

na twee keer dit meegemaakt te hebben: nou
moet ik opletten.

En dat was ook iedere keer zo.