
Dus toen ik SG werd, vond ik het dus heel belangrijk om
als SG ook naar Sint-Maarten, Aruba en Curaçao te gaan.
Om ook duidelijk te maken dat die relatie van Buitenlandse Zaken met
de koninkrijkslanden niet alleen rond een Veiligheidsraadcampagne speelt,
maar veel dieper zit. We hadden in diezelfde tijd,
hadden we ook de orkaan Irma die in Sint-Maarten grote
verwoestingen aanbracht. En ook daar kon je zien, hoe gaan we dat
nou als koninkrijk oplossen? Want je hebt daar als het Nederlandse deel
van het koninkrijk een verantwoordelijkheid. En het, ik merkte het heel
sterk in, toen ik permanent vertegenwoordiger was in New York,
waar je echt de vertegenwoordiger
bent van vier landen.
Het hele koninkrijk.
Van het hele koninkrijk, en dat vond ik echt heel belangrijk om
dat ook uit te stralen. Dus één van de,
dat is een beetje symbolisch, maar één van de dingen die we
hebben gedaan is om het bordje waar Nederland achter zit bij de
VN, te veranderen van The Netherlands naar Kingdom of the Netherlands.
Want zeker met de Algemene Vergadering bijvoorbeeld kwamen ook de premiers
uit de koninkrijkslanden naar New York toe.
En voor hen betekende het heel veel meer om,
als zij daar namens het koninkrijk zaten, achter Kingdom of the
Netherlands te zitten dan achter The Netherlands.
Dus dat was symbolisch misschien, maar wel heel belangrijk.
En ik heb de samenwerking echt heel erg fijn
gevonden. Misschien nog een klein voorbeeld. Nederland organiseerde in
New York, samen nota bene met Tadzjikistan, een hele grote
waterconferentie. Dat was de eerste waterconferentie die de VN
organiseerde in 40 jaar.
En dat was op heel hoog niveau.
Dus de koning is gekomen om die te openen en de president,
en daarna moest iemand de vergadering verder voorzitten.
En dat heeft de MP van Aruba gedaan.
En dat was echt, om dat, dat was echt een prachtige manier
om te laten zien, A. hoe belangrijk wij die waterconferentie vonden,
maar ook hoe we daar, dat we dat, daar ook het koninkrijk
bij nodig hadden. Niet betrekken, bij nodig hadden.
En
denk
dat we ons moeten realiseren dat we dat binnen dat raamwerk
allebei te baat, baat hebben bij een hechtere samenwerking.
En dat we ons beter bewust moeten zijn, soms,
ook van dat buitenlands beleid ook een aangelegenheid is van
de landen in het Caribisch gebied. En dan kan je specificeren van
wat specifiek belangrijk is. We hebben de Rijksministerraad waar dat soort
dingen in besproken worden. Maar ik denk dat een grotere,
beter nadenken over, op de onderwerpen die van belang zijn,
van: wat is hier de koninkrijksdimensie aan, dat dat heel
erg zou helpen, twee kanten op. En ik vind persoonlijk dat het
ministerie van Buitenlandse Zaken zich beter open mag stellen
voor ambtenaren uit Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
Dat is nu niet gemakkelijk. En ik heb zelf het genoegen gehad
om iemand op de PV New York te hebben,
uit Sint-Maarten, met wie ik een aantal maanden heb kunnen werken.
En dat werkt twee kanten op, tot ieders voordeel.