
Toen werkte ik met een aantal mensen, ik
noemde hen "mijn Gideonsbende".
Als je als minister binnenkomt, kom je in
de bontkraag.
Dat zijn de mensen direct rondom je heen
die met al hun kwaliteiten jou
beschermen,
je uit de wind proberen te houden en je
goede informatie geven.
Ik vertrouw de ambtenaren nog steeds
voluit.
Misschien ben ik wel een keer belazerd,
zal best,
maar ik heb vol vertrouwen in de kwaliteit
van het Nederlandse ambtelijk
apparaat.
Dat betekent dat je daarin zit.
Ik heb toen een Gideonsbende opgezet,
onder andere op advies van Theo.
Theo Toonen, de hoogleraar bestuurskunde?
Ja.
Hij is een oude studiegenoot.
Hij zei dat ik zorg dat je van buitenaf
informatie krijgt.
Doe veel werkbezoeken. Ga luisteren. Ga
praten.
Eens in de maand ging ik eten met een
clubje mensen uit het onderwijsveld,
maar ook daarbuiten.
Eén stagiaire uit het departement.
Het waren vijf personen.
Ik hield ze helemaal voor mezelf,
buiten het kabinet van de minister en de
SG.
Ik ging ik uit eten met hen,
met de opmerking als je een keer zegt dat
ik het goed heb gedaan,
kom je er volgende keer niet meer in.
Je moet niet zeggen wat er allemaal goed
is,
maar je moet vertellen wat ik beter had
kunnen doen.
En Waarom heb je daar niet opgelet?
Want Jij denkt wel, maar dit speelt in het
veld.
Die externe druk vond ik heel belangrijk.