
Je probeert mensen om je heen te
verzamelen.
Dat is als minister altijd een lastig
punt,
want je hebt te maken met veel mensen die
er al jaren zitten en veel
ervaring hebben.
Je komt dan binnen en wilt iets anders.
In de eerste vergadering werd vaak gezegd
dat we dat al een keer hadden
gedaan.
Dat zijn gevaarlijke uitspraken.
Dat had ik al ervaren in Friesland en
Zwolle.
Ze zeiden toen dat ze het al kenden,
waarop ik zei dat het toch moest.
Hoe reageerde de staande bureaucratie
daarop?
Daar waren ze ook niet heel blij mee.
Hoe heb ik dat opgevangen?
Vlak voordat ik minister werd,
was ik voorzitter van de commissie die de
studiefinanciering moest herzien.
Dat rapport had ik gemaakt en op een
vrijdag aan Jo Ritzen gegeven.
Op maandag was een persconferentie en zou
dat bekend gemaakt worden.
Ik lichtte mijn rapport toe.
Jo zat naast me en zei dat hij het van A
tot Z oneens was met de conclusies
van het rapport.
Dat was op zichzelf redelijk opzienbarend.
Toen heb ik tegen de minister gezegd dat
er nog maar twee mensen in het land
in het oude stelsel geloofden,
meneer de minister, dat bent u zelf, en uw
topambtenaren.
Daarna heb ik daar niets meer over gezegd,
want toen werd ik minister.
Na een paar weken kwamen ze met stukken
bij mij.
Ik zei dat er een andere minister was en
dat ik het zonde vond dat er zoveel
werk aan dat stuk was besteed.
Waarvan ze konden weten dat ik vanuit mijn
politieke achtergrond iets anders
wilde.
Ik ging dat anders aanpakken.
Ik ging praten met DG's en de schrijvers
van het stuk,
de mensen uit de organisatie die stukken
voorbereidden aan tafel.
Wat wil ik?
Plas maar tegen me aan.
Zeg het als het niet kan, dan praten we
erover.
Je maakt dan heel vroeg keuzes met de
mensen,
zodat zij geen stukken maken die later
door de minister toch niet worden
opgepakt.
Dat heb ik toen geleerd, ook in Friesland.
Met zulke dingen moet je vaak heel vroeg
beginnen.
Het is niet zo dat je pas, als het stuk op
tafel ligt,
met een paar pennenstreken in de zijkant
zegt dat je dat niet wilt.
Dat werkt niet.
Ik heb dat heel bewust zo opgezet,
gesprekken gevoerd en altijd gezegd dat ik
alternatieven en scenario’s wilde
zien. Wat kan? Wat kan niet?
Wat zijn de voor- en nadelen?
Dat heb ik redelijk lang volgehouden.
Het laatste jaar niet meer, want toen
speelden de verkiezingen te veel.
Die adviezen had ik toen gekregen en ook
zelf ervaren.
Zorg dat je politieke kleur al in de
voorbereiding van de stukken een plek
krijgt,
zodat je niet pas op het laatste moment
zegt dat je een stuk niet wilt.
De frustratie bij medewerkers die daaraan
hebben gewerkt, is dan erg groot.
Dat wilde ik niet.
Dat speelde toen wel stevig ja.