
Ik merkte heel snel dat je als
directeur, samen met je mensen,
een belangrijke rol hebt in het
vertalen tussen de buitenwereld en de
politieke wereld. Als
je je werk goed doet,
laat je aan de bewindspersonen
zien wat er buiten allemaal speelt,
wat je nodig hebt om goed, uitvoerbaar
en werkbaar beleid te kunnen maken.
Het is ook belangrijk dat je aan de
partijen in de praktijk vertelt hoe
het politieke proces gaat,
zodat beiden elkaar veel meer begrijpen.
Dat kon ik behoorlijk goed.
Dat had ik geleerd in Hilversum.
Als onderzoeker bewoog ik tussen
alle partijen in Hilversum,
van maker tot beleidsmaker daar,
van presentator tot de
voorzitter van een omroep.
Ik had die kennis en die
vaardigheid opgedaan.
Ik denk dat het ook wel in mijn
persoonlijkheid zat om veel contact te
zoeken met mensen, open
en toegankelijk te zijn.
Ik denk dat een gedroomde ambtenaar
wel heel goed in contact staat met de
praktijk. Ik vind dat echt belangrijk.
Een gedroomde ambtenaar
moet daar ook rondlopen,
moet ervaren en voelen hoe het
er in de praktijk aan toe gaat,
en dat goed kunnen vertalen.
Dan kom ik weer terug op
wat ik in het begin zei.
Je moet die vertaalrol
heel goed kunnen spelen.
Daardoor moet je je goed in
kunnen leven in de verschillende
perspectieven.
Ik denk dat dat beter kan, ook
door tijdgebrek dat er altijd is.
Dingen moeten soms veel te snel.
De gedroomde ambtenaar is in staat
om de verschillende perspectieven bij
elkaar te brengen en op basis daarvan
een goed besluit voor te bereiden
voor de bewindspersoon.