
Je probeert
met ze te spreken
over: de wereld is erg aan het
veranderen.
We moeten bezuinigen. Jongens, we
kunnen niet allemaal blijven doen
alsof het nog hetzelfde is.
We hebben een landmacht, we hebben
een luchtmacht, we hebben een
marine, we hebben marechaussee.
Die hebben allemaal een eigen
bevelhebber en een eigen cultuur,
hun eigen dingen.
Ik zeg, maar, in alle respect, ik
heb het nu allemaal een beetje
geleerd,
maar de gemiddelde Nederlander kan
echt het verschil tussen artillerie..
En dan ook binnen de
landmacht is er nog weer,
een kanon weer wat anders dan een
infanterist.
En dan is een tank weer wat anders.
Ze hebben allemaal een eigen
wereldje, een eigen cultuur.
Ik zeg: maar voor mij en voor de
samenleving is er één Defensie,
en dus één organisatie.
Maar dan moet die ene organisatie
wel samenwerken.
En bovendien, we kunnen ons niet
meer veroorloven dat het allemaal
die onderdeeltjes zijn die het
grootste deel van de tijd een beetje
met de armen over elkaar zitten te
wachten tot er wat gebeurt.
Het moet flexibeler, het moet
integraal, het moet samen.
Daar zijn babbels, hoor. En toen op
een gegeven moment dacht ik: dan
gaan we dat eens doorbreken.
Ik zeg: we gaan er één organisatie
van maken met één logo.
Eén defensieorganisatie met één
bevelhebber.
De Commandant der Strijdkrachten.
Dat was bijna revolutie, bijna
opstand.
Want één logo betekende dat alle
andere logo's moesten vervallen.
Dat is echt de enige keer dat ik
heb meegemaakt dat ze…
Want meestal was het praten,
discussiëren, weet je wel.
Dan gingen ze uiteindelijk veel
praten en een beetje akkoord.
Maar dat was de enige keer dat ze
echt de poot hebben dwars gezet.
Dat was allemaal veel te
revolutionair.
Dat kon allemaal niet. En 100 jaar
cultuur.
Trots op de eigen afdeling.
En compromis. Er is toen wel dat
defensielogo ontstaan met die vier
pijlen om het zo maar te zeggen.
Maar de vier mochten nog hun eigen
logootjes nog houden. Dus er was
een defensielogo met daaronder dan
nog marine, luchtmacht,
marechaussee, landmacht. Dat was
toen het compromis. En daar is een
commissie gekomen, is de
commissieFranssen geworden, en die,
uiteindelijk onder opvolger Henk
Kamp, is het dan mogelijk geworden
om een
Commandant der Strijdkrachten te
benoemen. Dat moest in fasen, dat
was te revolutionair. Maar dat zijn
van die voorbeelden hoe dat dan werkt
en hoe je daarmee leert mee om te
gaan, dat is ook een beetje
werkendeweg. En daar heb ik
ongetwijfeld ook een soort fouten
mee gemaakt.
Soms was ik daar te gehaast in. Andere keer denk ik:
Waar vind je het goede evenwicht tussen respect opbrengen voor hun professionele
verantwoordelijkheid en mijn eind verantwoordelijkheid.