
Ik heb bijna 25 jaar meegedraaid in
Den Haag. Ik heb nooit
gelekt en nooit gespind. En dat is,
op alle niveaus is dat heel normaal,
lekken en spinnen. Maar ik
vind lekken en spinnen, vind ik
raar. Als ik wil dat er iets
naar buiten komt, dan
breng ik het gewoon naar
buiten. En
spinnen is dat ik probeer mijn
eigen verhaal erin te
krijgen. Toch vaak ten koste
van andere
verhalen, van andere personen.
En dat bevalt me ook niet. Dus ik heb
dat altijd weg van me gehouden.
En ik heb altijd me ook
gerealiseerd dat
alles wat je doet op een
ministerie, dat dat
inzichtelijk moet zijn. Niet
alleen voor je eigen
ambtenaren, maar in
concreto ook de minister van
Financiën en de ambtenaren van
Financiën. Die moeten weten
wat er op jouw
ministerie speelt, zodat ze hun werk
goed kunnen doen. Ik vind ook dat je
transparant moet zijn, zoveel
mogelijk, voor de pers. En
'zoveel mogelijk' gaat heel
ver. En als je,
en in de Kamer, iedere
vraag die verdient
een antwoord. En niet een antwoord
waarbij ik stukken van een
ambtenaar voorlees, maar gewoon
antwoord van degene die iets
heeft gedaan, een besluit
heeft genomen en daar dan
verantwoording over
aflegt. Ik heb altijd
geprobeerd om het zo
straight en zo transparant
mogelijk te doen.
Is trouwens niet altijd de
makkelijkste weg, want met
spinnen en lekken kun je ook
veel bereiken.
Daarom is het aantrekkelijk
waarschijnlijk voor anderen om dat
te doen. Maar je zegt van: uit
principe hou ik me daar… Het ligt
me niet. Ver van. Ik vind het,
niet dat het goed is, dus
daarom doe ik het ook niet.
Maar er zijn hele
succesvolle mensen die veel
gelekt en gespind hebben. En
wat heeft dat
u gekost dan? U zegt: dit is eigenlijk
een principiële houding: dat
wil ik niet. Dus als iets openbaar
is, dan maak ik het openbaar.
Maar er zijn dingen die ik
niet doe. Er zijn grenzen aan
mijn rol en aan wat ik wil
doen. Maar dat kost me niet
echt wat. Dat is
gewoon de manier waarop ik
vind dat ik het moet doen. En als je
het dan doet, dan voel je je
ook daar goed bij. En
dat het dan weleens wat
moeilijker is, misschien was het ook
moeilijker geweest als ik het
anders had gedaan. Maar in
ieder geval
vind ik het dan niet zo
gepast. Je draagt heel
grote verantwoordelijkheid als
bewindspersoon en je moet je
heel gepast en netjes
gedragen. Dat heb ik
geprobeerd te doen.
Dus het levert iets op.
Vrede in jezelf. Wat is, ik
heb altijd een goede relatie
met de Tweede Kamer gehad.
Dat ging altijd goed, van
begin tot eind.
En ik heb het twaalf jaar lang
op ministeries
volgehouden en tien jaar lang
in de Kamer. Dus het is niet
een verkeerde manier