
Wij hadden een, wij hadden daar best een goed team zitten. We hebben daar toen ook echt goed over nagedacht van: wie moeten daar dan in? Dus daar zat mijn DG in die hierover ging, Wim Saris, die nu de baas is van DJI, van het gevangeniswezen, dat was de beleids-DG. Mijn politiek assistent zat daarin, Annemarie. Er zaten één of twee mensen in van communicatie. Er zaten drie of vier mensen in van de beleidsdirectie Straffen en Beschermen, waar het gevangeniswezen onder valt en ook de forensische zorg, waar… Dat was met Michael P. het geval, een beetje op het snijvlak van detentie en forensische zorg. We hebben toen één of twee mensen van buiten gehaald. Waarom? Voor het dwarsdenken. De een was ‘van binnen van buiten’. Dat was de DG van de Rechtspleging, dus die was van binnen het ministerie, maar vanuit een andere poot. Ik dacht: het is altijd fijn om iemand binnen handbereik te hebben, die mee kan denken, die ons scherp houdt, die tegengaat dat we in een soort groepsdenken vervallen. Ik had iemand van buiten naar binnen gehaald en dat was Arjen Boin, die ik nog kende vanuit mijn tijd aan de universiteit, die veel heeft gedaan rond het gevangeniswezen. Heeft onder andere proefschriften over geschreven. Veel gedaan op het gebied van crisismanagement en zo. En ook daar een dwarsdenker in was.
Die challengede heel erg dus die… Mij, maar ook de ambtenaren die op dat onderwerp zaten. En ik heb dat ook op andere dossiers gedaan, hoor. Bijvoorbeeld ook bij grote wetgevingsvraagstukken. Waar ik echt erg in geloofde, is dat het helpt om daar weer in de politiek-ambtelijke verhoudingen, is dat bij de grote of spannende trajecten, dat je vanuit de verschillende rollen die je daarin hebt: ik als bewindspersoon, beleidsambtenaren. Bij Justitie was het ook vaak de uitvoering, dus zowel bij het rapport over Michael P., dat raakt voor een heel groot deel DJI. Dat gold ook voor heel veel wetstrajecten, dus bijvoorbeeld het hele traject rond Straffen en Beschermen. Ik denk het grootste wetstraject toen op de justitiepoot, heb je een beleidsdirectie, maar het gaat voor een groot deel over het werken in gevangenissen. Wat is effectief sanctiebeleid? Ik geloofde erin dat je, om dit goed te doen en niet alleen maar om een wet erdoorheen te krijgen, maar ook om een wet te krijgen die uiteindelijk werkt, dat je aan de voorkant elkaar goed leert kennen en héél goed nadenkt over: wat is uiteindelijk ons doel? Wat willen we eruit halen? Het is veel meer dan de wet moet met vlag en wimpel door de Kamer heen, maar meer: wat willen we bereiken met dit, met deze… Wat zijn de twee, drie dingen die we eruit willen halen? Bij een crisis doe je dat in een veel korter tijdsframe, maar dan ga je ankerpunten? Dit, dat en dit. Maar dat deed ik bij, dat deden we bij wetgeving ook, dus grote wetten van wat willen we er dan uit… Wat wordt ons verhaal straks naar de Kamer toe? En niet alleen maar op maatregelniveau, maar wat is het doel dat we willen bereiken met deze wet? Dat gaf, vond ik altijd, veel richting, want dan weet je met z'n allen om elkaar de politieke kant, de ambtelijke kant, de beleidsmakers en de uitvoering waar je het voor doet.