
Er was ook een financiële regeling, maar ik denk dat het aanbieden van die excuses vele malen meer impact heeft gehad en dat, om dat impactvol te doen, de gesprekken met slachtoffers mij enorm hebben geholpen om de juiste woorden te vinden en ook die excuses op een manier te vertalen dat dit aankwam bij mensen. Het mooiste compliment wat je kan krijgen is achteraf: ik had eindelijk het gevoel dat ik werd begrepen of werd gehoord. Toen dacht ik: dat is misschien het minste wat je als overheid of wat je als minister op zo'n moment kunt betekenen of kunt doen. Dat was bij het geweld in de jeugdzorg. Dat was in een aantal heftige zaken rond de Metromoord, de moord op Anne Faber, maar bijvoorbeeld ook de kwestie rond adoptie, waar Tjibbe Joustra toen dat onderzoek naar heeft gedaan. Ook de pijn en het verdriet van jonge mensen, die zijn opgegroeid in Nederland, maar wiens wieg in een ver land stond, maar die soms in de terugzoeken naar biologische ouders, allerlei pijnlijke dingen tegenkwamen en ook de spiegel voor hielden: wat was de rol van de overheid daarin? En ook daarvoor gold dat de gesprekken met geadopteerden die met dat verhaal in de klem zaten, om dat goed te begrijpen. Dat is maar een fractie, want ik heb echt niet de illusie dat ik dat door, dat je door een paar gesprekken dat écht goed kunt begrijpen. Maar als je iets van de pijn en het verdriet wil voelen, dan is het, dat gesprek aangaan wel echt héél wezenlijk.