
Je houdt in de ministerraad dan veel ruimte om actuele zaken te bespreken. Om de inhoud zijn deze belangrijk, maar ook als lotgenotencontact. Als een minister middenin een grote crisis staat: de terrorismedreiging, het aardbevingsleed in Groningen, de coronapandemie die iedereen raakte, maar een paar ministeries nog meer dan andere. Dan is het menselijkerwijs enorm belangrijk dat je dit met elkaar deelt. Kijkt waar je elkaar kan helpen. Er zit een puur menselijke kant aan. De mensen aan tafel zijn de enigen die weten wat de enorme druk is, zowel mentaal als qua complexiteit.
Anders kan het vrij eenzaam zijn aan de top. Dat kan ik me voorstellen. Dat vereist een collegiale coalitie.
Dat vereist collegialiteit. Dat is een belangrijk deel van een effectief kabinet. Mensen moeten dat aan elkaar laten merken. Misschien is dat het markante moment. Dat is toen Plasterk en ik begonnen bij Binnenlandse Zaken. We kennen elkaar een beetje, maar niet goed. Op natuurlijke wijze begin je met een speech in de kantine voor de medewerkers. We zeiden beiden dat we een half uur uit konden gaan leggen waar we het niet over eens zijn. Maar we hebben met elkaar een regeerakkoord gesloten. Er is een crisis. We gaan nu het land besturen en niet elkaar bestrijden. Zo heb ik altijd gewerkt.
Ook met veel andere collega's. Met sommigen heb je meer klik dan met anderen. De basishouding is de enorme verantwoordelijkheid op je schouders. Je bent het eens geworden over een regeerakkoord. Er zijn altijd losse einden. Maar het is je verantwoordelijkheid om te proberen eruit te komen.
Dat wordt gewaardeerd. Daar zijn allerlei onderzoeken naar. Zeker na Rutte II heb ik met folders op de markt gestaan. Een paar keer kwamen mensen op me af. Soms zeiden ze dat ze niet op mij stemden, maar wel wilden zeggen dat jullie het land netjes besturen. Mensen zien dat héél goed.