
Dat was het beeld wat er van mij bestond. Ik snap het. Ik ben geopinieerd. Ik vind dat er dingen moeten gebeuren. Zeker als je daar vier jaar zit. Bij ons was het zelfs drie jaar. Dat wisten we van tevoren niet. Dat zeg ik altijd tegen beginnende gemeenteraadsleden. Maar dat geldt voor alle politieke functies. Kom je bij een politieke functie, weet je dat die vier jaar duurt. Dat is meestal de termijn. Bedenk van tevoren wat je in die vier jaar wil bereiken. Als je dat niet doet, word je alle kanten op gestuurd. Iedereen wil iets van je. De ambtenaren hebben ook een agenda. Je collega's willen iets anders. Zorg dat je een agenda hebt. Bedenk drie à vijf dingen die je wilt bereiken. Dat is als minister nodig. De belangrijkste rol als minister is dat jij de agenda bepaalt.
De parafencultuur maakt dat je niet alle stukken zo precies leest als nodig is. Er zijn te veel stukken. Degene die het opschrijft, doet zijn uiterste best. Het staat te ver van mij af. Voor mijn belangrijkste onderwerpen zei ik dat het systeem niet functioneert. Ik wil dat voor dingen waar ik prioriteit aan geef. Ik had al in week één acht prioriteiten geformuleerd. Dit is mijn pakket van dingen die ik wil realiseren. Daarnaast doe ik andere dingen, zoals ik al zei. Hier ga ik voor. Daar had ik een andere organisatiestructuur voor bedacht en voorgesteld. Dat hield in dat ik taskforces maakte, dwars door de organisatie. Het was meer een horizontale structuur die ik aanbracht. Hiervoor zette ik een DG en een aantal verschillende ambtenaren die nodig waren, soms ook van bijvoorbeeld EZ, in één taskforce. Die zaten rond mijn tafel. Het waren niet meer dan tien mensen. De projectleider daarvan wilde ik zelf aanstellen. Dat was mijn sparringpartner voor het behalen van de doelen. Dat deed ik op duurzaam inkoopbeleid. Dat deed ik op klimaatbeleid, zowel nationaal als internationaal. Met die mensen sparde ik een-op-een. Dat liep niet via de DG. Ik ben daar heel content over geweest. De DG's vonden dat spannend. Die leken aan de zijlijn te staan. Er was zoveel te doen dat die ook een vol pakket hadden. Ik heb niet het gevoel dat ze me dat kwalijk hebben genomen. Ze zagen dat je daardoor slagvaardiger bent. Je kan sneller doorstoten. Ik had nooit in drie maanden een klimaatprogramma op kunnen schrijven, als ik dat niet zelf had aangestuurd. Dat merkte ik de eerste twee maanden. Ik dacht van jeetje, dat gaat helemaal zo. Wat duurt het eindeloos lang voor ik iets terugkrijg. Dat wil ik de mensen niet verwijten. Zo werkte het nu eenmaal. Dat was een beperking voor de slagkracht die ik wilde. Daarom ben ik er toen over begonnen.