
Het lezen van stukken had ik graag willen weten. Van Jan de Koning heb ik veel geleerd. Mijn voorgangster las alles. Die ging elke dag met vier koffers naar huis. Die las elke pagina van elk stuk wat ze kreeg. Deze manier van werken kan ik niet. Ik kan en wil het niet. Jan de Koning had mij gezegd: je moet helemaal niets lezen. Alles wat je moet tekenen, dat doe je blind. Dan teken je 95% goed. Bij 4% is er een risico. Er zal een fout tussen zitten. Dat is jammer. Dat was Jan de Koning bij het lezen. Dat heb ik meteen als instructie meegegeven. Je moet altijd vragen om een oplegvel op te zetten. Op de eerste pagina moet staan welke pagina's je moet lezen. Waar zitten de politieke gevaarlijke dingen? Welke dilemma's moet je nog oplossen? Dat hoort op pagina één van het stuk te staan. Dat bespaart je een hoop werk.
Je gaat naar huis om 11 uur. Dan komt de loodgieterstas nog. Dat is serieus. Dat is een leuk onderwerp om over door te praten. Dat is de loodgieterstas. Die is heel dik, maar ook zo dik als je hem maakt. Daar kan ik mensen voor de toekomst advies in geven, bijvoorbeeld wat mij opviel was dat ik die tas openmaakte. Er waren mapjes per onderwerp. Er stond dat er drie mogelijke besluiten zijn. Dat zijn A, B en C. Die hebben de volgende voor- en nadelen. Ik ging de volgende ochtend naar het departement. Ik zei: we zijn gek geworden. Ik heb de hele dag gewerkt. Ik zit ’s avonds multiple choice in te vullen. De vorige minister wilde dat, want die wilde zelf kiezen. Soms is er iets anders, een ander alternatief wat ambtelijk serieus is overwogen. De minister is de baas. Je moet dat weten. Ik zei: laat ik het met jullie zo afspreken. Ik wil van jullie het advies van de ambtelijke organisatie. Het is aan jullie om daarbij te zeggen: meneer de minister, u moet weten, we hebben serieus nagedacht over mogelijkheid B, want die heeft deze voordelen. Dat kunnen politieke risico’s zijn van de andere optie, maar er kunnen andere motieven een rol spelen. Het kan zijn dat je moet kiezen tussen een locatie, tussen Maastricht en Groningen. Vinden jullie dat ik moet weten dat er een serieus overwogen alternatief is? Ik zie dat er graag bij staan, met daarbij welke argumenten de reden waren om mij dit te adviseren. Ik zei: als jullie denken dat hoeft hij niet te weten, houd het voor je. Wat moet ik met al die dingen? Je hebt 200 besluiten per dag te nemen. Dat kan helemaal niet. Zij zeiden: stel dat we u één alternatief voorleggen. Erna blijkt dat er geduvel van komt. U had dat tweede alternatief toch moeten zien. Toen heb ik gezegd: het ergste wat je kan overkomen, is dat je op je flikker krijgt. Zijn jullie gek geworden dat jullie mij dat alternatief niet hebben voorgelegd? Dat is je professionele werk. Erger dan dat wordt het niet, want dat kan een keer. Het kan dat je denkt: we hebben het allemaal goed afgewogen. We zijn de beste topambtenaren. Alle ambtenaren eronder hebben meegedacht. Dit is het voorstel wat wij verstandig vinden. Erna blijkt dat ze zich verkeken hebben. Dat kan een keer gebeuren. Dat is beter dan dat je de minister overbelast met dingen. Daar wordt het ook random. Je zit daar 's nachts om 1 uur en denk je: wat zullen we doen? Dat is geen goede basis. Ik ken een collega. Ik hoorde van de chauffeurs dat ze elke dag vier loodgieterstassen omhoog sjorde. De volgende dag moesten ze deze ongelezen naar beneden tillen. De dag daarna tilden ze die tassen weer naar boven. Er was niet doorheen te komen. Die had inderdaad tegen haar ambtenaren gezegd: ik wil alles zien.