Ik heb trouwens wel veel ook aan mijn parlementaire ervaring gehad, want mijn secretaris-generaal nogmaals, Ton Annink, zijn naam wordt met waardering genoemd, die heeft laatst een keer in
een interview gezegd dat hij graag een parlementaire minister had. En ik heb nooit meer de tijd gehad, want hij is helaas overleden, om te vragen wat hij daar precies mee bedoelde.
Maar ik hou het niet voor mogelijk dat hij er ook mij mee bedoelde, want wat voor een apparaat, en zeker voor de secretaris generaal, vervelend is, is dat een minister voortdurend weer met boodschappen vanuit de Kamer thuiskomt. En dat moeten ze uitvoeren, waar ze eigenlijk geen ruimte voor hebben, wat ze niet willen.
Dus een minister die echt voor het apparaat gaat staan, en zorgt dat er allerlei wilde ideeën van de Kamer ook daar blijven en niet meegaan, dat is voor zo'n topambtenaar, is dat pure winst.